Rb. Den Haag 20 april 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:9542
Erflater heeft in 2018 een rekening-courantvorderingen op een vennootschap. Daarnaast heeft hij aandelen in een vennootschap overgedragen aan een stichting en was hij eigenaar van een aantal onroerende zaken waarvan er één gedurende het jaar is overgegaan van box 1 naar box 3. Eisers maken aannemelijk dat de rente op de rekening-courantvorderingen deels oninbaar is. Ook acht de rechtbank aannemelijk dat met de sfeerovergang van de onroerende zaak en de aandelenoverdracht aan de stichting vervreemdingsverliezen zijn geleden. De rechtbank vermindert daarom de aanslag IB/PVV voor het jaar 2018. Voor verdere vermindering bestaat geen aanleiding. Eisers maken niet aannemelijk dat de waarde in het economische verkeer van de overige onroerende zaken lager is dan de WOZ waarde. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl