Rb. Den Haag 15 april 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:9034
In deze uitspraak komt de rechtbank tot het oordeel dat het college van burgemeester en wethouders van Westland heeft mogen besluiten om de rooms-katholieke begraafplaats in Naaldwijk niet aan te wijzen als gemeentelijk monument. De rechtbank komt daarom niet toe aan een beoordeling van de beroepsgronden die zien op de wijze waarop het college invulling heeft gegeven aan zijn beleidsruimte bij de aanwijzing van een als monumentwaardig beoordeelde onroerende zaak en de in dat kader verrichte belangenafweging. Het betoog dat de afwijzing van de aanvraag in strijd is met het Verdrag van Faro slaagt niet, omdat dit verdrag geen dwingende regels bevat. Het beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl