Rb. Den Haag 12 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:5065

Tussenuitspraak na arrest Multan over de omvang van het dossier en het kunnen uitoefenen van de verdedigingsrechten. Eiser is een christen uit Pakistan en jegens hem is een Fatwa uitgevaardigd. Verweerder legt aan zijn afwijzing van de asielaanvraag onder meer een door het Ministerie van Buitenlandse zaken opgesteld individueel ambtsbericht ten grondslag. Uit het arrest GM van 22 september 2022 volgt reeds dat de 8:29 Awb-procedure niet verenigbaar is met het Unierecht. Eiser moet namelijk zijn verdedigingsrechten kunnen uitoefenen ondanks dat de 8:29 Awb-rechter heeft bepaald dat de beperking van de openbaarmaking van de onderliggende stukken van het ambtsbericht gerechtvaardigd is omdat “de door de minister gestelde belangen van bronbescherming, de bescherming van de bij het onderzoek gehanteerde methoden en technieken, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van een derde die niet bij het onderzoek is betrokken en het voorkomen van onevenredige benadeling, zwaarder wegen dan het belang dat eiser kennisneemt van de stukken”. De rechtbank heeft in deze procedure prejudiciële vragen gesteld over de omvang van het dossier ten aanzien waarvan eiser zijn verdedigingsrechten moet kunnen uitoefenen en over de verplichting van de rechter die op het beroep beslist om van het hele dossier kennis te nemen om te waarborgen dat het beginsel van non-refoulement wordt geëerbiedigd. Het Hof heeft de vragen van de rechtbank op 29 januari 2026 beantwoord en het arrest Multan gewezen. Uit dit arrest blijkt dat informatie over de wijze waarop BuZa onderzoek heeft verricht in Pakistan ook deel uitmaakt van ‘het dossier’. Uit dit arrest en het arrest GM van 22 september 2022 volgt dat eiser bijvoorbeeld middels een zogenoemde ‘special advocate’ toegang moet hebben tot alle relevante stukken. De rechtbank stelt vast dat een wettelijke basis hiervoor vooralsnog ontbreekt. Eiser heeft echter terecht gewezen op de verplichting van de rechtbank om te waarborgen dat het Unierecht zijn volle werking geniet. De rechtbank zal kennisnemen van de onderliggende stukken van het individueel ambtsbericht en van de informatie over de wijze waarop BuZa het onderzoek in Pakistan heeft verricht en bepaalt dat verweerder ook kennis moet nemen van deze stukken. De rechtbank willigt tevens het verzoek van eiser in om ‘een special advocate’ te benoemen en bepaalt dat BuZa inzage in de stukken aan deze ‘special advocate’ zal moeten verlenen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken