Rb. Den Haag 3 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:4201
De minister heeft een aanvraag voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw buiten behandeling gesteld omdat de aanvraag, ook nadat een termijn voor herstel was geboden, niet compleet was. Partijen verschillen van mening over de vraag of de door de minister geboden hersteltermijn van twee uren onredelijk kort is. De rechtbank stelt vast dat het een korte termijn betreft, maar is van oordeel dat in dit specifieke geval, in afwijking van het beleid, kon worden volstaan met deze korte termijn. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl