Rb. Den Haag 13 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3973
Vovo tegen afwijzing van een door verzoekster ingediend (preventief) handhavingsverzoek tegen werkzaamheden die belanghebbende wenst uit te voeren in het recreatiegebied Vlietland toegewezen. Het college moet de werkzaamheden per direct stilleggen tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar. Belang van verzoekster weegt zwaarder dan belang van belanghebbende om de werkzaamheden nu voorafgaand aan de beslissing op bezwaar uit te voeren. Tegenstrijdigheden en omissies in ecologische onderbouwing van het bestreden besluit roepen de vraag op of het standpunt van het college dat geen sprake is van een (dreigende) overtreding van het verbod van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de Omgevingswet wel op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen en steunt op een deugdelijke motivering.
De uitspraak op rechtspraak.nl