Rb. Den Haag 9 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3577

Eiseres is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet sociale Werkvoorzieningen (Wsw) in haar regio. Ten gevolge van een reorganisatie zijn de werknemers op grond van de Wsw (Wsw’ers) in dienst getreden bij eiseres. Voorafgaand aan de reorganisatie had eiseres geen Wsw’ers in dienst. Voor het onderhavige jaar, 2021, heeft verweerder de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk) vastgesteld op 1,19%. Voor het jaar 2020, toen eiseres nog geen Wsw’ers in dienst had, was de gedifferentieerde premie Whk vastgesteld op 0,93%. In geschil is of het gedifferentieerde premiepercentage Whk voor het jaar 2021 naar het juiste percentage is vastgesteld. Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat verweerder ten onrechte bij de berekening van de premie ook de uitkeringslasten van de Wsw’ers in aanmerking heeft genomen. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Naar haar oordeel kan het niet als de bedoeling van de wet- en besluitgever worden verondersteld dat de uitkeringslasten van de artikel 38a-categorie doorwerken in de premie van artikel 38 Wfsv. De artikel 2.11 en 2.13 van het Besluit moeten daarom naar haar oordeel zo worden uitgelegd dat bij de toepassing ervan de WGA-lasten, WGA-totaallasten en ZW-lasten zonder de Wsw-lasten in aanmerking worden genomen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen