Rb. Den Haag 25 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:30466
Asiel, gestelde Somalische nationaliteit, echt bevonden Keniaans paspoort, inspanningsplicht, beroep gegrond
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL26.43459 en NL26.43460
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser),
(gemachtigde: mr. C.C. Smit),
en
de minister van Asiel en Migratie, (hierna: de minister),
(gemachtigde: mr. A. Sarmastzada).
Inleiding
1 In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening.
1.1 Eiser heeft op 15 juli 2026 een asielaanvraag ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 25 juli 2026 in de asielgrensprocedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
1.2 De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 15 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, N.Y. Barre als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
2 Eiser stelt [andere naam eiser] te heten, te zijn geboren op [geboortedatum 1] 2010 en de Somalische nationaliteit te hebben. Hij heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd bij terugkeer naar Somalië te vrezen voor de ruzie met zijn oom, die werkzaam is bij de politie, in verband met de erfenis van zijn vader. Eiser stelt dat hij in 2023 naar Kenia is gegaan. Daar heeft hij, met de hulp van een reisagent, een Keniaans paspoort geregeld. Hij heeft Kenia verlaten omdat hij daar illegaal verbleef. De autoriteiten zouden erachter kunnen komen dat hij een gekocht paspoort bezit.
3 Het asielrelaas van eiser bestaat volgens de minister uit de volgende asielmotieven:
1 identiteit, nationaliteit en herkomst; en
2 ruzie met de oom in verband met de erfenis.
3.1 De minister vindt de gestelde Somalische identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser niet geloofwaardig. Eiser heeft namelijk een echt bevonden Keniaans paspoort overgelegd. Uit dat paspoort blijkt dat eiser [naam eiser] heet en is geboren op [geboortedatum 2] 2001. Eiser is er niet in geslaagd om aannemelijk te maken dat het paspoort op frauduleuze wijze is verkregen. Hij heeft geen oprechte inspanning geleverd om zijn aanvraag te onderbouwen, geen bevredigende verklaring gegeven over het ontbreken van relevante documenten en zijn verklaringen vormen daarnaast geen samenhangend en aannemelijk geheel. De minister vindt dat de ruzie met de oom in verband met de erfenis geen reëel risico op ernstige schade oplevert bij terugkeer naar Kenia, omdat het een probleem is dat zich voordoet in Somalië. De minister heeft de aanvraag van eiser kennelijk ongegrond verklaard omdat hij alleen aangelegenheden aan de orde heeft gesteld die niet ter zake doen, de IND heeft misleid over zijn identiteit en/of nationaliteit en omdat hij komt uit een land met een Uniebreed inwilligingspercentage van 20% of minder. De minister concludeert dat eiser na zijn asielprocedure verwijderd kan worden naar Kenia of naar Colombia. De minister heeft een removal order naar Colombia aangewezen, omdat eiser via dat land naar Nederland is gereisd.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Eiser voert ten eerste aan dat de Keniaanse autoriteiten inmiddels, op het verzoek van zijn gemachtigde, een onderzoek zijn gestart naar zijn nationaliteit. Dit onderzoek heeft tot nu toe nog geen resultaat opgeleverd. Eiser vindt dat hij een oprechte inspanning heeft geleverd om aannemelijk te maken dat hij het Keniaanse paspoort frauduleus heeft verkregen. Volgens eiser is het aan de minister om de Keniaanse autoriteiten te benaderen. Eiser voert ten tweede aan dat het geloofwaardigheidsoordeel over zijn identiteit, nationaliteit en herkomst onzorgvuldig tot stand is gekomen. De inmiddels in Nederland aangekomen originele Somalische identiteitsbevestiging en geboorteakte, alsook het Somalische paspoort van de moeder van eiser, hadden moeten worden onderzocht door de minister. Daarnaast had de minister een multidisciplinair leeftijdsonderzoek moeten doen, omdat eiser in de screeningsprocedure heeft aangegeven minderjarig te zijn en zijn uiterlijk dat ook doet vermoeden. Ook zijn de correcties en aanvullingen op het gehoor van eiser, waarin is verduidelijkt waarom eiser geen geboorteakte meenam naar Kenia, niet meegenomen in de beoordeling. Daarbij zijn aan eiser tijdens het gehoor ten onrechte geen herkomstvragen of vragen over zijn leeftijd zijn gesteld. Eiser voert ten derde aan dat getoetst moet worden aan Somalië als gebied van herkomst. Ten aanzien van de removal order voert eiser aan dat het besluit om terug te keren naar Colombia onrechtmatig is. Niet is onderbouwd waarom eiser naar Colombia kan worden verwijderd.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank geeft eiser gelijk en zal het oordeel hieronder uitleggen.
5.1 Ten aanzien van de eerste grond dat eiser zich oprecht heeft ingespannen om aannemelijk te maken dat hij zijn paspoort frauduleus heeft verkregen en het daarom aan de minister is om contact op te nemen met de Keniaanse autoriteiten, overweegt de rechtbank het volgende.
5.1.1 In de uitspraak van 14 maart 2024 heeft de hoogste bestuursrechter in zaken zoals deze uitgewerkt wat van een asielzoeker mag worden verwacht om aannemelijk te maken dat een paspoort op frauduleuze wijze is verkregen en wanneer de minister nader onderzoek moet doen. Het ligt in de eerste plaats op de weg van de asielzoeker om aannemelijk te maken dat een echt bevonden paspoort op frauduleuze wijze is verkregen. Van een asielzoeker mag bijvoorbeeld worden verwacht dat hij of zij alles doet waar hij of zij redelijkerwijs toe in staat is om van de autoriteiten een verklaring te krijgen waaruit blijkt of zij het paspoort aanmerken als rechtsgeldig afgegeven en/of de asielzoeker als hun onderdaan beschouwen. Als een asielzoeker onvoldoende moeite heeft gedaan om zo een verklaring te krijgen, mag de minister ervan uitgaan dat de asielzoeker de nationaliteit heeft die op het paspoort is vermeld. Als een asielzoeker een oprechte inspanning heeft geleverd om een verklaring te krijgen van de autoriteiten over de verkrijging van het paspoort en/of de nationaliteit maar daar niet in is geslaagd, is het aan de minister om de autoriteiten te benaderen. De reactie die de minister krijgt van de autoriteiten, bepaalt hoe hij de aanvraag verder moet beoordelen.
5.1.2 De rechtbank is van oordeel dat eiser in de beroepsfase een oprechte inspanning heeft geleverd om in contact te komen met de Keniaanse autoriteiten. Hierbij acht de rechtbank allereerst van belang dat eiser contact met de ambassade heeft opgenomen in een gangbare taal en de gevraagde informatie heeft verstrekt. Eiser heeft ook een bericht van de ambassade ontvangen dat zijn verzoek zou zijn doorgezet. Eiser heeft vervolgens op twee afzonderlijke momenten rappelberichten verstuurd en heeft geprobeerd om telefonisch in contact te komen met de Keniaanse autoriteiten. De rechtbank is van oordeel dat eiser hiermee in de beroepsfase alsnog alles heeft gedaan waar hij redelijkerwijs toe in staat is geweest om een verklaring van de Keniaanse ambassade te verkrijgen. De minister is er ter zitting ook niet in geslaagd om inzichtelijk te maken waarom de inspanningen van eiser in dit kader onvoldoende waren en wat eiser meer had moeten doen.
5.1.3 Verder overweegt de rechtbank dat de hoogste bestuursrechter het benaderen van de diplomatieke vertegenwoordiging in de uitspraak van 14 maart 2024 als voorbeeld noemt van een manier waarop aan de inspanningsverplichting kan worden voldaan. Dat is dus niet de enige manier. In dit geval heeft eiser kopieën van een Somalische identiteitsbevestiging en geboorteakte overlegd. Daarnaast heeft eiser een kopie van een noodcertificaat overgelegd. Deze documenten bevatten de door eiser gestelde personalia. Nader onderzoek naar deze documenten kan verder bijdragen aan de vaststelling van de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser. Hoewel het mogelijk is dat eiser zowel de Keniaanse als de Somalische nationaliteit bezit, kan het niet zo zijn dat hij twee verschillende namen, geboorteplaatsen en geboortedata heeft. De rechtbank volgt om deze reden niet het ter zitting ingenomen standpunt van de minister dat deze informatie irrelevant is voor de vraag of eiser zijn paspoort op frauduleuze wijze heeft verkregen, omdat het alleen iets zou zeggen over zijn Somalische nationaliteit. De rechtbank is dan ook van oordeel dat eiser ook op deze manier heeft bijgedragen aan zijn inspanning om aannemelijk te maken dat hij zijn Keniaanse paspoort op frauduleuze wijze verkregen heeft.
5.1.4 Nu eiser een oprechte inspanning heeft geleverd om een verklaring van de Keniaanse autoriteiten te krijgen en zich ook op een andere manier heeft ingespannen om aannemelijk te maken dat hij zijn paspoort op frauduleuze wijze heeft verkregen door de Somalische gegevens, is het gelet op de uitspraak van 14 maart 2024 aan de minister om nader onderzoek te doen naar de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser door de Keniaanse autoriteiten te benaderen. De reactie die de minister krijgt, bepaalt hoe hij de aanvraag verder moet beoordelen. Ook als de minister geen reactie krijgt van de Keniaanse autoriteiten, dan kan de minister niet zonder meer uitgaan van de echtheid van het Keniaanse paspoort. Verder is het aan de minister om nader onderzoek te doen naar de overgelegde Somalische gegevens.
5.1.5 Gelet op het voorgaande heeft de minister onvoldoende gemotiveerd dat eisers identiteit, nationaliteit en herkomst niet geloofwaardig zijn.
5.1.6 De beroepsgrond slaagt. Gelet hierop behoeven de andere gronden geen beoordeling meer.
Conclusie en gevolgen
6 Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. Dat betekent dat de minister opnieuw een onderzoek moet doen naar eisers identiteit, nationaliteit en herkomst door in de eerste plaats contact op te nemen met de Keniaanse autoriteiten. Uit de Vw 2000 en de Procedureverordening volgt niet welke maximale beslistermijnen moeten worden gehanteerd in het geval van de asielgrensprocedure. In dit geval zal de rechtbank aansluiting zoeken bij de maximale beslistermijn die geldt voor zaken in de versnelde behandeling. De rechtbank gaat er namelijk vanuit dat de zaak van eiser zal overgaan naar de versnelde behandeling. Gelet op het feit dat de minister in zijn onderzoek afhankelijk is van de Keniaanse autoriteiten, acht de rechtbank een beslistermijn van tien weken redelijk.
7 Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
8 Eiser krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. De kosten van de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand worden begroot op € 2.802,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift, 1 punt voor het indienen van een verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt de minister op om binnen tien weken na de dag van bekendmaking van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
De rechtbank/de voorzieningenrechter:
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.802,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. L.B. Vrugt, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: