Rb. Den Haag 7 oktober 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:29518

Doorprocederen, beroep te laat ingesteld. Aan eiser is eerder een asielvergunning verstrekt op de b-grond. Op dat moment golden voor een vergunning op de a- en b-grond dezelfde rechten en voorzieningen. Gelet op rechtspraak van de Afdeling had een vreemdeling destijds geen procesbelang bij een procedure tegen de verleningsgrond, omdat de wijziging van de verleningsgrond niet zou leiden tot een andere rechtspositie. Eiser heeft na 12 juni 2026 alsnog beroep ingesteld. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. De rechtbank is van oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. De rechtbank stelt vast dat met ingang van 12 juni 2026 door het invoeren van het tweestatusstelstel en het ontbreken van overgangsrecht niet langer sprake is van dezelfde rechten en voorzieningen voor vergunningen op de a-grond en de b-grond. Vanaf 12 juni 2026 kan daarom niet langer de uitzondering van artikel 46, tweede lid, van de Procedurerichtlijn gelden en moet men een effectief rechtsmiddel kunnen aanwenden tegen een beslissing om geen vluchtelingenstatus toe te kennen. De rechtbank is van oordeel dat het indienen van een nieuwe asielaanvraag, een verzoek om herziening en het opkomen tegen de weigering in een nareisprocedure niet kunnen worden aanmerkt als een daadwerkelijk rechtsmiddel in de zin van 46, derde lid, van de Procedurerichtlijn. De rechtbank ziet aanleiding om artikel 6:11 van de Awb richtlijnconform te interpreteren. De rechtbank is van oordeel dat eiser niet eerder dan 12 juni 2026 een daadwerkelijk rechtsmiddel kon aanwenden tegen de weigering om een vergunning op de a-grond aan hem te verlenen en dat uitsluitend het instellen van beroep tegen het bestreden besluit kan worden aangemerkt als een daadwerkelijk rechtsmiddel. De rechtbank is van oordeel dat eiser zo spoedig als dit redelijkerwijs kon worden verlangd beroep heeft ingesteld. Het beroep is ontvankelijk. De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit, voor zover daarbij geweigerd is om aan eiser een asielvergunning op de a-grond te verlenen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken