Rb. Den Haag 24 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:29509
Asiel - Egyptische nationaliteit - met onbekende bestemming vertrokken, wel procesbelang - geloofwaardigheid asielmotieven - situatie van willekeurig geweld in Egypte - beroep ongegrond
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL26.24559 en NL26.24560
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)
(gemachtigde: mr. F. Arslan),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. A. Sarmastzada).
Inleiding
1 In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter zijn verzoek om een voorlopige voorziening. Eiser heeft op 1 april 2026 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 25 april 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
1.1 De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 15 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder. Eiser is niet verschenen.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
2 Eiser heeft de Egyptische nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 2003. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Na een ruzie heeft een dorpsgenoot over eiser verspreid dat hij homoseksueel is omdat hij na een medische procedure maar één testikel heeft. Ook heeft de broer van die dorpsgenoot verspreid dat eiser lid zou zijn van het moslimbroederschap. Eiser is daar bij verstek voor veroordeeld. Hij heeft bij zijn asielgehoor kopieën van het arrestatiebevel en het vonnis overgelegd.
3 Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser;
eisers problemen vanwege toegedichte homoseksualiteit; en
eisers problemen vanwege toegedicht lidmaatschap van het moslimbroederschap.
4 Verweerder heeft in het bestreden besluit eerst beoordeeld of eisers asielmotieven geloofwaardig zijn. Verweerder vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig, maar zijn problemen vanwege toegedichte homoseksualiteit en vanwege toegedicht lidmaatschap van het moslimbroederschap niet. Eisers verklaringen over zijn problemen vormen namelijk geen samenhangend en aannemelijk geheel. Daarnaast is eiser niet in grote lijnen als geloofwaardig te beschouwen, omdat hij tegenstrijdig heeft verklaard over zijn wens om in Nederland asiel aan te vragen. Wat betreft de toegedichte homoseksualiteit heeft eiser daarbij zonder goede verklaring onvoldoende documenten overgelegd. Van hem mocht namelijk worden verwacht dat hij met stukken onderbouwt dat hij een medische ingreep heeft ondergaan. Eiser heeft geen gegronde vrees voor vervolging en loopt geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Egypte. Verweerder heeft aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd gericht op Egypte.
Wat vindt eiser in beroep?
5 Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Verweerder moest eisers problemen vanwege de toegedichte homoseksualiteit en het toegedichte lidmaatschap van het moslimbroederschap wel geloofwaardig vinden. Eiser is ook voldoende duidelijk geweest over zijn voornemen om in Nederland asiel aan te vragen. Uit landeninformatie volgt dat (toegedicht) LHBTI’ers in Egypte uitsluiting en sociale marginalisering meemaken, dat er willekeurige arrestaties en detenties plaatsvinden en dat de detentieomstandigheden zeer slecht zijn. Daarnaast is in Egypte sprake van een situatie als bedoeld in artikel 15c van de Kwalificatieverordening vanwege het instabiele politieke klimaat en de instabiele veiligheidssituatie. Verweerder mocht tot slot geen terugkeerbesluit opleggen aan eiser.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
6 De rechtbank geeft eiser geen gelijk. De rechtbank zal dit oordeel hieronder uitleggen.
7 Omdat eiser tijdens zijn procedure met onbekende bestemming is vetrokken, ziet de rechtbank zich eerst voor de vraag gesteld of hij nog belang heeft bij de behandeling van zijn beroep. Uit rechtspraak van de hoogste bestuursrechter blijkt het uitgangspunt dat een vreemdeling, zolang hij in contact staat met zijn gemachtigde, belang houdt bij zijn procedure om verblijfsrecht in Nederland te verkrijgen. Dit kan alleen anders zijn als er andere concrete aanknopingspunten zijn dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland of dat hij er anderszins geen actueel en reëel belang meer bij heeft. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiser aangegeven dat eiser het land heeft verlaten, maar dat zij nog contact met hem heeft en dat hij nog altijd een beslissing over zijn asielaanvraag wenst. Naar het oordeel van de rechtbank is er geen sprake van concrete aanknopingspunten dat eiser geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Hij heeft immers juist aangegeven die bescherming nog wel te wensen. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiser nog belang heeft bij een behandeling van zijn beroep. De rechtbank zal het beroep hieronder verder inhoudelijk beoordelen.
8 Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder eisers gestelde problemen terecht ongeloofwaardig geacht. Wat betreft de toegedichte homoseksualiteit, volgt de rechtbank verweerder dat niet inzichtelijk is dat eiser als homoseksueel zou worden gezien omdat hij na een medische ingreep één testikel heeft. Eiser heeft ook summier verklaard over hoe zijn dorpsgenoten op de hoogte zijn geraakt van zijn ingreep en hoe dit tot de problemen zou hebben geleid. Ook het toegedichte lidmaatschap van het moslimbroederschap heeft eiser niet aannemelijk gemaakt. Eiser heeft zijn verklaringen gebaseerd op vermoedens en heeft beperkt inzicht gegeven in waarom hij beschuldigd wordt van lidmaatschap van het moslimbroederschap. Hij heeft ook summier verklaard over de huisbezoeken van de Egyptische autoriteiten en heeft daarnaast het Egypte legaal kunnen verlaten, ondanks dat op dat moment al een arrestatiebevel zou zijn uitgevaardigd en hij al zou zijn veroordeeld. Eisers verklaring dat die veroordeling wellicht pas later is doorgegeven aan de grensautoriteiten, is niet aannemelijk. Verweerder heeft er ook terecht op gewezen dat de kopieën van een arrestatiebevel en een vonnis die eiser heeft overgelegd, niet op echtheid kunnen worden onderzocht en er daarom beperkte bewijswaarde aan toekomt. De stukken wegen niet op tegen het gebrek aan samenhangende verklaringen van eiser, gelet op de hierboven geschetste tegenwerpingen. Eiser heeft ook wisselend verklaard over zijn intentie om in Nederland asiel aan te vragen. Hij heeft namelijk tijdens het aanmeldgehoor aangegeven dat hij naar Ierland wilde om daar te werken, maar tijdens het nader gehoor dat hij bij vertrek uit Egypte al de intentie had om in Nederland asiel aan te vragen.
8.1 Nu niet geloofwaardig is dat aan eiser homoseksualiteit wordt toegedicht of dat hij in detentie terecht zal komen, is niet relevant dat eiser heeft gewezen op landeninformatie waaruit volgt dat (toegedicht) LHBTI’ers in Egypte uitsluiting en sociale marginalisering meemaken en dat de detentieomstandigheden slecht zijn.
9. De grond van eiser dat er in Egypte sprake is van willekeurig geweld dat maakt dat aan eiser een asielvergunning moet worden verleend, slaagt niet. Eiser heeft benoemd dat de politieke situatie en de veiligheidssituatie in Egypte instabiel zijn, maar er is niet uit landeninformatie gebleken dat er daarom sprake is van willekeurig geweld in de zin van artikel 15c van de Kwalificatieverordening. Nog los daarvan is niet gebleken van individuele omstandigheden die zouden maken dat eiser van dat willekeurige geweld slachtoffer zou worden. Dat zou wel vereist zijn in het kader dat eiser aanvoert, nu ook volgens eiser geen sprake is van de meest uitzonderlijke situatie van willekeurig geweld.
10. Nu eisers asielmotieven niet geloofwaardig zijn en er geen sprake is van een situatie van willekeurig geweld in Egypte die maakt dat aan eiser een asielvergunning moet worden verleend, houdt ook het terugkeerbesluit stand.
Conclusie en gevolgen
11 Verweerder heeft de aanvraag mogen afwijzen als ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
11.1 Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
11.2 Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. H.S. van Wessel, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.