Rb. Den Haag 30 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:29468

Eiser vordert betaling van gedaagden omdat hij onder hen derdenbeslag heeft gelegd en zij geen geldige derdenverklaringen hebben afgelegd. De rechtbank oordeelt echter dat gedaagden inmiddels verklaringen hebben afgelegd die voldoen aan de wettelijke vereisten. Als eiser het niet eens is met de inhoud van de verklaringen had hij een andere procedure moeten starten of zijn eis moeten wijzigen, maar dat heeft hij niet gedaan. De inhoud van de afgelegde verklaringen kan in deze procedure niet (meer) aan de orde worden gesteld. De rechtbank wijst de vordering van eiser af.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken