Rb. Den Haag 12 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:28812

Asiel Zimbabwe - veilig derde land Zuid-Afrika - voldoende gemotiveerd dat eiseres weer toegang zal krijgen tot Zuid-Afrika, ook gelet op haar eerdere verblijfsrecht - verweerder heeft ten onrechte niet ambtshalve beoordeeld of eiseres uitstel van vertrek moet worden verleend op medische gronden - het gehoor van eiseres en de door haar overgelegde informatie over HIV hadden aanleiding moeten geven voor verweerder om te onderzoeken of de medische omstandigheden aanleiding geven tot uitstel van vertrek - beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.54697
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres,
v-nummer: [v-nummer] ,
(gemachtigde: mr. B. Manawi),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. E.J.M.C. Jansen).

Inleiding

1 In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op haar asielaanvraag en tegen het alsnog genomen besluit waarin verweerder haar asielaanvraag niet-ontvankelijk heeft verklaard.

1.1 Eiseres heeft op 6 maart 2024 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Op 7 november 2025 heeft eiseres beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag.

1.2 Verweerder heeft met het bestreden besluit van 23 januari 2026 deze aanvraag in de verlengde procedure niet-ontvankelijk verklaard. Omdat eiseres zich niet kan verenigen met het genomen besluit, is het beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit van rechtswege ook gericht tegen dit besluit.

1.3 De rechtbank heeft het beroep op 23 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder. Als tolk is verschenen N. Fayez.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

2 Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1981 en heeft de Zimbabwaanse nationaliteit. Eiseres heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij lesbisch is en door haar familie gedwongen is geweest om met een man te trouwen. Eiseres vreest bij terugkeer naar Zimbabwe voor stigmatisering en geweld door de maatschappij en voor repercussies door haar ex-echtgenoot. Eiseres heeft eerder van 2000 tot 2021 in Zuid-Afrika gewoond en was in het bezit van een werkvergunning. Eiseres heeft verklaard dat zij slachtoffer is geweest van seksueel geweld door haar voormalige werkgever en Zuid-Afrika heeft verlaten vanwege de bedreigingen die haar voormalig werkgever heeft geuit toen zij hier aangifte van heeft gedaan. Daarna heeft eiseres in Zimbabwe gewoond, tot haar vertrek in 2024.

3 Verweerder heeft de aanvraag van eiseres niet-ontvankelijk verklaard omdat Zuid-Afrika voor haar een veilig derde land is. Eiseres heeft banden met Zuid-Afrika, nu ze er 20 jaar heeft verbleven en haar dochters daar wonen. Daarnaast vindt verweerder het aannemelijk dat zij weer toegang zal krijgen tot Zuid-Afrika, nu eiseres – gelet op haar lange verblijf met een werkvergunning – volgens de Zuid-Afrikaanse regelgeving in aanmerking zou komen voor een permanente verblijfsvergunning. Ook zal eiseres in Zuid-Afrika kunnen verblijven als familielid van haar dochters. Ten slotte vindt verweerder Zuid-Afrika ook een veilige plek voor eiseres, gelet op wat zij heeft verklaard over het wonen in Zuid-Afrika als lesbienne. Het is daarbij niet aannemelijk dat haar voormalig werkgever eiseres overal zou kunnen vinden in Zuid-Afrika. Bovendien heeft de politie haar aangifte tegen de werkgever in behandeling genomen.

Wat vindt eiseres in beroep?

4 Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert aan dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat Zuid-Afrika voor haar een veilig derde land zou zijn. Ten eerste heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat er sprake is van banden met Zuid-Afrika, nu eiseres Zuid-Afrika heeft verlaten in 2021 omdat zij zich niet veilig voelde. Haar dochters wonen ook niet langer in Zuid-Afrika. Ten tweede heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat eiseres daadwerkelijk toegang tot Zuid-Afrika zou kunnen verkrijgen binnen de vertrektermijn van vier weken en legt daarbij de bewijslast ten onrechte bij eiseres. Verweerder heeft niet vastgesteld dat eiseres een verblijfsrecht heeft in Zuid-Afrika en heeft niet beoordeeld of eiseres voldoet aan de (inkomens)voorwaarden voor een verblijfsvergunning. Ten derde heeft verweerder ten onrechte aangenomen dat Zuid-Afrika een veilige plek is voor eiseres. Eiseres heeft aangifte gedaan tegen haar voormalig werkgever en heeft een verklaring overgelegd waarin wordt uiteengezet dat zij wordt gezocht door de werkgever. Verweerder heeft hierbij onvoldoende het geheel van de omstandigheden van eiseres betrokken bij de beoordeling, waarbij zij wijst op haar lesbische gerichtheid, haar HIV besmetting en het zijn van een buitenlander in Zuid-Afrika. Ter onderbouwing van haar standpunten heeft eiseres een aantal stukken overgelegd, waaronder kopieën van aangiftes bij de politie, een brief van de voormalig huurbaas van eiseres en een brief van een advocatenkantoor waarin wordt uiteengezet dat zij niet in aanmerking kan komen voor een verblijfsvergunning in Zuid-Afrika.

4.1 Ten slotte voert eiseres aan dat verweerder ten onrechte heeft nagelaten te beoordelen of eisers in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op medische gronden. Eiseres is HIV-positief, waardoor sprake is van een ernstige, chronische aandoening die doorlopende medische behandeling vereist.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank geeft eiseres geen gelijk en zal dit oordeel hieronder uitleggen. De rechtbank gaat eerst kort in op het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag.
Het bHeaeroep niet tijdig beslissen
6. Omdat het beroep oorspronkelijk gericht was tegen het niet tijdig nemen van een besluit, zal de rechtbank hier eerst een oordeel over geven.

6.1 Eiseres heeft verweerder met de brief van 22 juli 2025 in gebreke gesteld. Uit het bestreden besluit blijkt dat tussen partijen niet in geschil is dat op dat moment de beslistermijn was verstreken en de ingebrekestelling gelet daarop geldig was. Hierna zijn meer dan twee weken verstreken voordat eiseres op 11 november 2025 beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig beslissen. Op 6 maart 2026 heeft verweerder alsnog op de aanvraag van eiseres beslist. Omdat verweerder inmiddels heeft beslist, is het belang van eiseres bij een beoordeling van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag komen te vervallen. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen.

6.2 Nu tussen partijen niet in geschil is dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en pas na deze overschrijding een besluit op de asielaanvraag van eiseres is genomen, ziet de rechtbank wel aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten van eiseres voor het beroep tegen het niet tijdig beslissen.
Mocht verweerder Zuid-Afrika tegenwerpen als veilig derde land?
7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich voldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat Zuid-Afrika als veilig derde land kan gelden voor eiseres. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

7.1 In het arrest Ebilum van 4 juni 2026 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie overwogen dat de enigszins terughoudende toets – zoals de Nederlandse rechter die voorheen verrichte bij de toetsing van de geloofwaardigheidsbeoordeling in asielzaken – niet verenigbaar is met het Europese recht. Het Hof heeft namelijk geoordeeld dat de asielrechter een volledig onderzoek moet verrichten naar de relevante feitelijke elementen. In lijn met deze rechtspraak toetst de rechtbank het besluit daarom nu in zijn geheel vol en zal de rechtbank niet langer beoordelen of verweerder zich ‘niet ten onrechte’ op een bepaald standpunt heeft gesteld.
Banden met Zuid-Afrika
8. Verweerder kan een veilig derde land slechts tegenwerpen wanneer er sprake is van banden met dat land. Gelet op de uitspraken van de hoogste bestuursrechter kan een band met een derde land worden aangenomen wanneer een vreemdeling in het verleden in dat land heeft gewoond. Niet in geschil is dat eiseres twintig jaar in Zuid-Afrika heeft gewoond, waarbij zij werkte en meedraaide in de maatschappij. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft mogen stellen dat eiseres banden heeft met Zuid-Afrika.
Toegang tot Zuid-Afrika
9. Verder kan verweerder slechts een veilig derde land tegenwerpen indien verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de vreemdeling wordt toegelaten tot dat land. Daarbij moet verweerder redenen aandragen waarom toelating in beginsel mogelijk moet zijn en is het vervolgens aan de vreemdeling om met tegenbewijs te komen door voldoende twijfel te zaaien dat de geschetste mogelijkheden om toegang te krijgen tot dat land voor hem of haar niet aanwezig zijn.

9.1 Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder terecht geconcludeerd dat eiseres in beginsel tot het grondgebied van Zuid-Afrika zal worden toegelaten en dat zij niet heeft aangetoond dat dit niet het geval zal zijn. Verweerder heeft gewezen op verschillende verblijfsgronden waar eiseres voor in aanmerking zou komen gelet op haar eerdere lange verblijf in Zuid-Afrika. Daar komt bij dat verweerder terecht heeft meegewogen dat eiseres al eerder is toegelaten tot Zuid-Afrika en het mede daardoor aannemelijk is dat zij opnieuw zal worden toegelaten tot dat land.

9.2 Het door eiseres overgelegde advies van een advocatenkantoor uit Zuid-Afrika is naar het oordeel van de rechtbank niet voldoende om twijfel te zaaien over de door verweerder geschetste mogelijkheden tot toelating. In het advies wordt onder meer uiteen gezet waarom eiseres geen aanspraak zou kunnen maken op een permanente verblijfsvergunning, maar dat is niet relevant. Uit het advies volgt namelijk ook dat eiseres lange tijd in Zuid-Afrika heeft verbleven, waarvan vier jaar (de rechtbank begrijpt van 2017 – 2021) met een werkvergunning. Gelet hierop heeft verweerder terecht geconcludeerd dat het aannemelijk is dat eiseres opnieuw zal worden toegelaten tot Zuid-Afrika. Eiseres heeft geen informatie overgelegd om voldoende twijfel te zaaien dat dit anders is. Ook als sprake zou zijn van langdurig illegaal verblijf, hetgeen overigens niet uit de verklaringen van eiseres lijkt te volgen, heeft dit in 2017 kennelijk niet in de weg gestaan aan het verlenen van een werkvergunning. Eiseres heeft niet toegelicht waarom dat nu anders zou zijn. Hoewel de rechtbank eiseres kan volgen in haar stelling dat niet is beoordeeld of zij zal voldoen aan alle voorwaarden voor een nieuwe verblijfsvergunning (zoals inkomen en werk), heeft zij onvoldoende informatie naar voren gebracht om te concluderen dat zij daar niet aan zal kunnen voldoen.

9.3 Nu verweerder al op basis van het voorgaande heeft mogen concluderen dat eiseres toegang heeft tot Zuid-Afrika, zal de rechtbank in het midden laten of het (al dan niet beëindigde) verblijf van de dochters van eiseres in Zuid-Afrika wel of geen aanleiding geeft om aan te nemen dat zij toegang tot dat land zal krijgen.
Is eiseres veilig in Zuid-Afrika?
10. Ten slotte is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres in Zuid-Afrika overeenkomstig de beginselen, genoemd in artikel 3.106a, eerste lid, van het Vb (oud) zal worden behandeld. Verweerder heeft daar terecht bij betrokken dat eiseres geen indicaties heeft dat haar voormalig werkgever ervan op de hoogte zou raken als zij terug zou keren naar Zuid-Afrika. Verweerder heeft ook terecht betrokken dat eiseres heeft verklaard dat de Zuid-Afrikaanse autoriteiten haar aangifte tegen de voormalig werkgever in behandeling hebben genomen. De beroepsgrond slaagt niet.
Had verweerder moeten beoordelen of eiseres in aanmerking komt voor uitstel van vertrek vanwege medische omstandigheden?
11. De rechtbank volgt eiseres ten slotte in haar betoog dat verweerder ambtshalve had moeten beoordelen of eiseres uitstel van vertrek moet worden verleend op medische gronden. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

11.1 Uit het Vreemdelingenbesluit volgt dat verweerder bij het niet-ontvankelijk verklaren van een asielaanvraag, niet gehouden is om een ambtshalve beoordeling te maken van de vraag of vanwege medische omstandigheden uitstel van vertrek moet worden geboden. Dat is hier het geval. Verweerder heeft echter ook de plicht om bij het opleggen van een terugkeerbesluit te onderzoeken of de medische omstandigheden van de vreemdeling het opleggen van een dergelijk besluit in de weg staan. Ter zitting heeft verweerder toegelicht dat hij daarvoor het Bureau Medisch Advies (BMA) inschakelt. Verweerder heeft ook toegelicht pas bij het BMA om advies te vragen wanneer het dossier daar aanleiding toe geeft, bijvoorbeeld wanneer er medische stukken zijn overgelegd waaruit blijkt dat er sprake is van een lopende medische behandeling. Verweerder heeft ook toegelicht dat het aan de vreemdeling is om kenbaar te maken dat er sprake is van een lopende medische behandeling.

11.2 De rechtbank stelt vast dat eiseres tijdens haar nader gehoor en in haar zienswijze heeft aangegeven dat zij HIV heeft, daar een medische behandeling voor ontvangt en zich zorgen maakt over de toegankelijkheid van de medische behandeling in Zuid-Afrika. De rechtbank stelt ook vast dat uit het medisch dossier van eiseres blijkt dat in maart 2024 al door het GZA is geregistreerd dat eiseres HIV heeft en daar medicatie voor krijgt. De rechtbank is van oordeel dat het onder deze omstandigheden op de weg van verweerder had gelegen om ambtshalve te onderzoeken of de medische omstandigheden van eiseres (en de behandeling die zij daarvoor ontvangt) aanleiding zouden geven om uitstel van vertrek te bieden.

11.3 De passage in het bestreden besluit waarin verweerder uiteenzet waarom eiseres niet wordt gevolgd in haar vrees geen medische behandeling te kunnen krijgen in Zuid-Afrika, is naar het oordeel van de rechtbank geen toereikende beoordeling over de medische omstandigheden bij terugkeer. Verweerder heeft alleen gewezen op de wil en plannen van Zuid-Afrika om een HIV behandeling beschikbaar te maken, en niet beoordeeld of de behandeling daadwerkelijk voor eiseres beschikbaar zal zijn. De beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

12 Het beroep is niet-ontvankelijk voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen.

13 Het beroep is gegrond voor zover het is gericht tegen het alsnog genomen besluit. Dit betekent dat de rechtbank het bestreden besluit vernietigt. Verweerder moet binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een nieuw besluit nemen met inachtneming daarvan.

14 Omdat verweerder te laat heeft beslist en omdat het beroep tegen het bestreden besluit gegrond is, krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 2.335,-.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit van 23 januari 2026;
draagt verweerder op binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.335,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Smeets, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E. Jans, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken