Rb. Den Haag 2 oktober 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:27641
Arbeidszaak. Is sprake van een arbeidsovereenkomst met vaste uren of een oproepovereenkomst? Heeft de werkgever de arbeidsovereenkomst opgezegd?
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
Rechtbank DEN HAAG
Zittingsplaats Den Haag
NAV/bc
Zaaknr.: 12307894 RP VERZ 26-50832
2 oktober 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
gemachtigde: mr. I. Rhodes (toevoeging: 4RH4643),
tegen
de besloten vennootschap W.N.H. INTERNATIONAL B.V.,
gevestigd te Den Haag,
verweerster,
hierna te noemen: WNH,
gemachtigde: mr. H.K. Yang.
1 Het procesverloop
1.1 De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:
- het verzoekschrift (met bijlagen), ontvangen op 8 juli 2026;
- het verweerschrift (met bijlagen), ontvangen op 24 augustus 2026.
1.2 Op 4 september 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Verschenen zijn [verzoekster] in persoon, vergezeld door W. Zhang (tolk) en bijgestaan door de gemachtigde, en de heer [bedrijfsleider] bedrijfsleider, namens WNH, bijgestaan door mr. H.B.M. van Dorst. Van het verhandelde ter zitting heeft de griffier aantekeningen gemaakt, welke zich in het griffie-dossier bevinden.
2 De feiten
2.1 [verzoekster] is sinds 16 februari 2026 voor bepaalde tijd, namelijk tot 16 februari 2027, in dienst bij WNH.
2.2 In de schriftelijke arbeidsovereenkomst staat, voor zover relevant, het volgende:
“1. De werkgever biedt een oproepovereenkomst aan de oproepkracht aan, welke overeenkomst de oproepkracht aanvaardt, om op uitnodiging (oproep) werkzaamheden te verrichten. (…)
6. Beide partijen zijn vrij om respectievelijk al of niet te werken of te werk te stellen. De oproepkracht is vrij te komen wanneer het hem/haar goed dunkt en werkgever is vrij hem/haar niet op te roepen/te doen werken wanneer het hem/haar goeddunkt, bijvoorbeeld indien er geen werk voorhanden is. Partijen komen uitdrukkelijk overeen dat er eerst een eventueel rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst zal ontstaan wanneer dat expliciet door hun beide bedoeld zal zijn en dit tevoren naar elkaar is uitgesproken. (…)
8. De oproepkracht heeft geen recht op loon of enige andere beloning gedurende perioden dat hij niet werkt, ongeacht door welke oorzaak het niet werken is ontstaan. Bij het ontbreken van voldoende werk zal geen verplichting tot loondoorbetaling bestaan voor in ieder geval een periode gedurende zes maanden.
9. Bij verhindering om de arbeid te verrichten wegens arbeidsongeschiktheid van de oproepkracht is er geen recht op loon.”
2.3 Partijen hebben ook via WeChat gecommuniceerd. In de WeChat-correspondentie is het volgende te lezen:
Datum
[verzoekster]
WNH
14/02/2026
Hi I want to strive for myself, I can work as many days as you want, could be 5 days a week, hope that if better
Ok, thanks
(…)
28/03/2026
Hi, I’m sick today… can I work from 3-6pm today? If it’s possible
You don’t want to take the whole day off?
If I feel better in the afternoon I can work from 3, if I still can’t I will take the whole day off I think?
Ok, that’s alright.
(…)
24/04/2026
Next Wednesday I can’t… (…)
Ok, no problem.
(…)
13/05/2026
Hii so am I dismissed completely now? I wanna ask one question, can I still get the holiday allowance (vakantiegeld) or any other compensation?
Hi, as I said, you still get the salary for May. And that includes the holiday allowance. There are no other compensations.
The salary of the whole month of May, or 4 days of May I worked until 8 May? Just wanna make sure :)
The whole month, but for you that’s just the 4 days you worked.
Okay, I’m confused, so I only get salary of 4 days in May (around € 300)? Or can I still get the salary of the rest of May? If according to my work shift schedule before?
No, only for the hours you worked.
2.4 WNH heeft [verzoekster] na 8 mei 2026 niet meer opgeroepen voor werkzaamheden.
3 Het geschil
3.1 [verzoekster] verzoekt de kantonrechter, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
te verklaren voor recht dat WNH de arbeidsovereenkomst met [verzoekster] op 8 mei 2026 heeft opgezegd in strijd met artikel 7:371 BW,
te verklaren voor recht dat WNH de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd onregelmatig heeft opgezegd, nu geen rechtsgeldig tussentijds opzegbeding was overeengekomen,
WNH te veroordelen tot betaling aan [verzoekster] van de gefixeerde schadevergoeding ex artikel 7:677 lid 4 BW, primair begroot op € 11.561,05 bruto, althans € 11.601,90 bruto, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag,
WNH te veroordelen tot betaling aan [verzoekster] van de transitievergoeding ex artikel 7:673 BW ten bedrage van € 92,80 bruto, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag,
WNH te veroordelen tot betaling aan [verzoekster] van een billijke vergoeding ex artikel 7:681 BW, door de kantonrechter in goede justitie te bepalen,
WNH te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over de gefixeerde schadevergoeding vanaf 9 mei 2026, althans vanaf een door de kantonrechter te bepalen datum, tot aan de dag der algehele voldoening,
WNH te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over de transitievergoeding vanaf een maand na het einde van de arbeidsovereenkomst, althans vanaf een door de kantonrechter te bepalen datum, tot aan de dag der algehele voldoening,
WNH te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over de billijke vergoeding vanaf de datum van de beschikking, althans vanaf een door de kantonrechter te bepalen datum, tot aan de dag der algehele voldoening,
WNH te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen het salaris van de gemachtigde, alsmede de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente indien deze kosten niet binnen veertien dagen na dagtekening van de beschikking zijn voldaan,
althans een zodanige beslissing te nemen als de kantonrechter in goede justitie juist acht.
3.2 Aan haar verzoeken legt [verzoekster] het volgende ten grondslag.
[verzoekster] was bij WNH in dienst op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot 16 februari 2027. Er is geen rechtsgeldig tussentijds opzegbeding overeengekomen. WNH heeft desondanks de arbeidsovereenkomst met [verzoekster] op 8 mei 2026 feitelijk opgezegd. [verzoekster] heeft niet ingestemd met die opzegging. Nu de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is opgezegd, heeft [verzoekster] recht op een gefixeerde schadevergoeding, een transitievergoeding en een billijke vergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente over die bedragen.
3.3 WNH concludeert tot afwijzing van de verzoeken van [verzoekster] , zulks met veroordeling van [verzoekster] in de kosten van deze procedure.
3.4 Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover relevant, nader ingegaan.
4 De beoordeling
Kwalificatie arbeidsovereenkomst
4.1 Tussen partijen is onder andere in geschil of sprake is van een arbeidsovereenkomst met vaste uren of een oproepovereenkomst. [verzoekster] heeft in dit kader aangevoerd dat partijen feitelijk uitvoering hebben gegeven aan een arbeidsovereenkomst met vaste uren, omdat zij structureel werd ingeroosterd op dinsdag, vrijdag en zaterdag voor diensten van telkens zes uur, waardoor dus feitelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst met 18 vaste uren. WNH heeft dit gemotiveerd weersproken.
4.2 De kantonrechter stelt voorop dat op grond van artikel 7:628a lid 9 onder a BW van een oproepovereenkomst sprake is indien de omvang van de arbeid niet is vastgelegd als één aantal uren per tijdseenheid van – kort gezegd – een maand of een jaar. Naar het oordeel van de kantonrechter is in dit geval sprake van een oproepovereenkomst als bedoeld in voormeld artikel. De kantonrechter legt dat hieronder uit.
4.3 In de arbeidsovereenkomst is de omvang van de arbeid niet vastgelegd als een (vast) aantal uren per maand of per jaar. Integendeel: in de arbeidsovereenkomst staat expliciet dat de werkzaamheden op een oproepbasis zullen worden uitgevoerd. Ook uit het feit dat steeds alleen het salaris voor de gewerkte uren inclusief vakantietoeslag en toeslag voor verlofuren is uitbetaald blijkt dat sprake is van een oproepovereenkomst. [verzoekster] heeft, zo blijkt uit de in het geding gebrachte WeChat-correspondentie, zelf ook uitvoering gegeven aan een oproep-overeenkomst. Zo heeft zij op een aantal momenten WNH laten weten toch niet beschikbaar te zijn voor werkzaamheden. Als er sprake zou zijn (geweest) van een arbeidsovereenkomst met vaste uren, had [verzoekster] zich niet op deze wijze kunnen afmelden voor de werkzaamheden.
Opzegging arbeidsovereenkomst
4.4 Tussen partijen is vervolgens in geschil of WNH de arbeidsovereenkomst met [verzoekster] op 8 mei 2026 (onregelmatig) heeft opgezegd. [verzoekster] heeft in dit kader aangevoerd dat WNH aan het einde van haar werkdag op 8 mei 2026 heeft medegedeeld dat het de laatste werkdag voor haar was. Die mededeling is door [verzoekster] opgevat als een (onregelmatige) opzegging van de arbeidsovereenkomst. WNH heeft erkend dat zij die dag met [verzoekster] heeft gesproken, maar betwist dat tijdens dat gesprek de arbeidsovereenkomst met [verzoekster] is opgezegd.
4.5 WNH heeft tijdens de zitting uitgelegd dat zij op korte termijn geen werkzaamheden meer had voor [verzoekster] en zij daarom voorlopig niet zou worden opgeroepen. Volgens WNH is dat op 8 mei 2026 door de heer [bedrijfsleider] , bedrijfsleider, aan [verzoekster] medegedeeld.
4.6 Naar het oordeel van de kantonrechter kan de op 8 mei 2026 gedane mededeling niet worden aangemerkt als een opzegging van de arbeidsovereenkomst. De arbeidsovereenkomst tussen partijen is een oproepovereenkomst. Het staat WNH (in beginsel) dus vrij om [verzoekster] al dan niet op te roepen voor werkzaamheden. Net zo goed staat het [verzoekster] vrij om al dan niet te werken. Onder die omstandigheden kan een mededeling dat [verzoekster] niet meer hoeft te werken, niet als opzegging van de arbeidsovereenkomst worden aangemerkt. Niet is gesteld, en dat is ook niet gebleken, dat WNH na deze datum de arbeidsovereenkomst met [verzoekster] als opgezegd heeft beschouwd. Dit volgt niet uit de in het geding gebrachte WeChat-correspondentie. Ook de salarisspecificatie voor de maand mei 2026 is – anders dan [verzoekster] heeft aangevoerd – geen eindafrekening. Het vermeldt namelijk geen einddatum van de arbeidsovereenkomst en bevat ook geen verrekening van openstaande posten. In deze maand is – net als eerdere maanden – alleen het salaris voor de gewerkte uren inclusief vakantietoeslag en toeslag voor verlofuren uitbetaald.
Conclusie
4.7 WNH heeft de arbeidsovereenkomst met [verzoekster] niet op 8 mei 2026 opgezegd. Tussen partijen bestaat dus nog steeds een arbeidsovereenkomst. Nu de arbeidsovereenkomst niet is geëindigd, heeft [verzoekster] geen recht op de transitievergoeding, gefixeerde schadevergoeding of billijke vergoeding. De kantonrechter wijst de verzoeken van [verzoekster] daarom af.
Proceskosten
4.8 [verzoekster] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van WNH worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
865,00
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.009,00
5 De beslissing
De kantonrechter:
5.1 wijst de verzoeken van [verzoekster] af;
5.2 veroordeelt [verzoekster] in de proceskosten van € 1.009,00, te betalen binnen veertien (14) dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verzoekster] niet tijdig aan de proceskostenveroordeling voldoet en de beschikking daarna wordt betekend;
5.3 verklaart deze beschikking voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. Japenga, kantonrechter, en op 2 oktober 2026 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.