Rb. Den Haag 25 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:27553

Beroep gegrond. De bestuurlijke boete en het strafvonnis zien op dezelfde gedraging, zowel in feitelijke als in juridische zin. Omdat de kinderrechter ten tijde van het nemen van het bestreden besluit reeds een strafrechtelijk oordeel had gegeven over deze overtreding, had het college de bestuurlijke boete moeten herroepen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken