Rb. Den Haag 21 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:27432

Toewijzing voogdij aan GI

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-2549
Zaaknummer: C/09/701343
Datum beschikking: 21 augustus 2026
Voorziening in de voogdij (ex artikel 1:241 van het Burgerlijk Wetboek)
Beschikking op het op 13 maart 2026 ingekomen verzoekschrift van:
De Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de Raad.
Betreffende de minderjarige:
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats],
hierna te noemen bij zijn roepnaam: [minderjarige].
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
volgens de Registratie niet Ingezetenen (RNI) verblijfplaats onbekend.
Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling Rotterdam Rijnmond.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift, met bijlagen, namens de Raad.

Op 9 juli 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: [naam 1] namens de Raad en [naam 2] namens Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond.

De vader is – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet op de zitting verschenen.

Feiten

De moeder van [minderjarige] is op [datum] 2024 overleden.
De kinderrechter in de rechtbank Rotterdam heeft bij beschikking van 3 oktober 2025 de vader belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond is bij beschikking van 8 januari 2026 van deze met de voorlopige voogdij over [minderjarige] belast.

Verzoek

Het verzoek strekt ertoe de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond als voogd te benoemen over [minderjarige].

Beoordeling

Op grond van de artikelen 1:241 en 1:297 van het Burgerlijk Wetboek benoemt de rechtbank op verzoek van de Raad een voogd over een minderjarige als het gezag niet wordt uitgeoefend. De vader, die sinds het overlijden van de moeder alleen het gezag over [minderjarige] had, heeft kenbaar gemaakt niet langer de verzorging en opvoeding van [minderjarige] op zich te willen nemen en is onbereikbaar. Dat betekent dat sprake is van een gezagsvacuüm, in verband waarmee de gecertificeerde instelling eerder met de voorlopige voogdij over [minderjarige] is belast.

Hoewel [minderjarige] na aankomst in Nederland bij familie heeft verbleven kan van hen op dit moment niet worden verlangd dat zij gezagsbeslissingen over [minderjarige] nemen. Ter zitting is ook toegelicht dat dit ook niet in het belang van [minderjarige] is. De Raad vindt het belangrijk dat de gecertificeerde instelling als onafhankelijk voogd betrokken blijft. Dit is nodig om de belangen van [minderjarige] goed te kunnen behartigen en voor hem de juiste keuzes te maken voor de toekomst. Op dit moment wordt het gezag niet uitgeoefend door een ouder met gezag. De gecertificeerde instelling is in het verleden betrokken geweest bij [minderjarige] in het kader van eerdere kinderbeschermingsmaatregelen en de destijds vaste jeugdbeschermer is de huidig voorlopig voogd. De gecertificeerde instelling is dus goed op de hoogte van de situatie van [minderjarige].

De rechtbank is met de Raad van oordeel dat het in het belang van [minderjarige] is dat de gecertificeerde instelling met de voogdij over hem wordt belast. Aangezien de gecertificeerde instelling zich bereid heeft verklaard de voogdij over [minderjarige] te aanvaarden zal de rechtbank het verzoek van de Raad toewijzen.

Beslissing

De rechtbank:

benoemt Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot voogdes over de minderjarige [minderjarige] (roepnaam: [minderjarige]), geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats];

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. C.A.E. de Koning als griffier en uitgesproken op de openbare zitting van 21 augustus 2026.

Aangehaalde artikelen