Rb. Den Haag 18 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:27290

Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres tot wijziging van het verblijfsdoel van haar verblijfsvergunning en de intrekking van de verblijfsvergunning. De minister heeft dan ook ten onrechte het paspoortvereiste tegengeworpen. Beroep gegrond, rechtsgevolgen in stand. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich op het standpunt heeft mogen stellen dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij slachtoffer is geweest van mensenhandel. De minister mocht de verblijfsvergunning van eiseres intrekken en de aanvraag voor een verblijfsvergunning voortgezet verblijf, afwijzen. Vovo niet-ontvankelijk vanwege ontbreken procesbelang, nu eiseres al in bezit is van een asielvergunning.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken