Rb. Den Haag 16 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:2712

Vovo. Verzoekster is een staatloze Palestijn en bevindt zich op dit moment in Gaza. Zij beschikt over een mvv-inwilliging met als verblijfsdoel Studie. Zij heeft verweerder verzocht om consulaire bijstand te verlenen bij het verlaten van Gaza zodat zij de mvv-sticker bij de Nederlandse ambassade in Amman te Jordanië kan ophalen. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat verzoekster niet behoort tot een van de drie groepen die voor consulaire bijstand bij het verlaten van Gaza in aanmerking komt. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder het tegen dat besluit gerichte bezwaar van verzoekster terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat geen sprake is van een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Ook is geen sprake van een handeling als bedoeld in artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 die met een besluit kan worden gelijkgesteld. Als verzoekster het niet eens is met de afwijzing van haar verzoek en de wijze waarop verweerder omgaat met de mogelijkheid om consulaire bijstand te verlenen onzorgvuldig vindt, kan zij zich wenden tot de civiele rechter, bijvoorbeeld door middel van het aanhangig maken van een kort geding. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om ook direct uitspraak te doen in beroep en verklaart het beroep gelet op het voorgaande ongegrond. Er is daarom geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken