Rb. Den Haag 2 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:25243
Persoonlijk onderhoud Asielprocedureverordening – Artikelen 12, lid 1, artikel 13, lid 11, en artikel 40, lid 4, van Verordening 2024/1348. Eiser dient vanuit bewaring een asielaanvraag in en trekt zijn aanvraag in voordat hij is gehoord over zijn asielmotieven. Verweerder beoordeelt de asielaanvraag desondanks inhoudelijk en wijst de aanvraag af als kennelijk ongegrond. De rechtbank stelt vast dat verweerder niet bevoegd is om een inhoudelijke afwijzende beslissing op de asielaanvraag te nemen zonder eiser te horen over zijn asielmotieven. Verweerder stelt over voldoende informatie te hebben beschikt. Dat is hiervoor echter niet bepalend. Doorslaggevend voor de beoordeling van het geschil is de omstandigheid dat eiser zijn asielaanvraag heeft ingetrokken voordat verweerder heeft vastgesteld dat eiser niet in aanmerking komt voor bescherming en dat deze vaststelling alleen zou hebben kunnen plaatsvinden nadat er een persoonlijk onderhoud heeft plaatsgevonden. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl