Rb. Den Haag 5 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:22469
Kort geding. Eiseres heeft vorderingen ingesteld die strekken tot voortzetting van het overleg over de manier waarop en de voorwaarden waaronder eiseres als opleidingsinstelling kan worden aangewezen en tot verdere concretisering en verduidelijking van bepaalde onderdelen uit het toepasselijke beoordelingskader. De bezwaren van eiseres zijn onlosmakelijk verbonden met het bestuursrechtelijke kader waarbinnen de aanvraag tot aanwijzing wordt beoordeeld en zien op de voorbereiding van het door de minister te nemen besluit op de aanvraag tot aanwijzing. Eiseres moet die bezwaren daarom in een procedure bij de bestuursrechter aan de orde stellen en voor de civiele rechter in kort geding is geen rol weggelegd. Eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen.
De uitspraak op rechtspraak.nl