Rb. Den Haag 6 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:21777
Niet-tijdig beslissen in medische zaak van Uwv; Artikel 2:13 lid 1 Awb: elektronisch bericht via ‘MijnUwv’ is aan te merken als ingebrekestelling; 6:12 lid 2 Awb: beslistermijn nog niet overschreden; beroep niet-ontvankelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 26/2458
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 augustus 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv
(gemachtigde: G. Metz).
Inleiding
1 In het besluit van 2 oktober 2025 heeft het Uwv beslist over een werkplan voor de WW-uitkering van eiser. Aan eiser wordt geen scholing vanuit het scholingsbudget toegekend. Eiser heeft op 6 oktober 2025 tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
1.1 Eiser heeft op 13 maart 2026 beroep ingesteld wegens het uitblijven van een beslissing op het bezwaar.
1.2 Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
1.3 Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2 Als een bestuursorgaan, zoals hier het Uwv, niet op tijd beslist op een aanvraag, een verzoek om herbeoordeling of een bezwaarschrift, kan een belanghebbende daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de belanghebbende schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de belanghebbende beroep instellen.
3 Tussen partijen is in geschil of het beroep ontvankelijk is. Volgens het Uwv is de beslistermijn op het moment dat beroep is ingesteld nog niet overschreden. Daarnaast voert het Uwv aan dat het geen ingebrekestelling heeft ontvangen. Volgens eiser is de beslistermijn al verlopen en heeft hij daarnaast een rechtsgeldige ingebrekestelling verstuurd.
Is een ingebrekestelling ontvangen?
4 Een bericht dat deel uitmaakt van een procedure over een besluit, zoals een ingebrekestelling, kan in beginsel ook elektronisch aan een bestuursorgaan worden verzonden. Omdat het Uwv niet nader heeft bepaald op welke wijze een ingebrekestelling elektronisch naar hem dient te worden verzonden, moet ervan worden uitgegaan dat deze, gelijk een bezwaarschrift, ook via ‘Mijn UWV’ verzonden kan worden.
4.1 Eiser heeft op 13 januari 2026 een bericht verstuurd via ‘Mijn UWV’ waarin hij schrijft het Uwv formeel in gebreke te stellen wegens het niet tijdig nemen van een beslissing. Het Uwv heeft op 15 januari 2026 binnen ‘Mijn UWV’ gereageerd op het bericht van eiser van 13 januari 2026. De rechtbank stelt dus vast dat het Uwv het bericht met de ingebrekestelling wel degelijk heeft ontvangen. De ingebrekestelling is dus rechtsgeldig verstuurd en ontvangen.
Is de beslistermijn verlopen op het moment dat beroep is ingesteld?
5. Het primaire besluit is op 2 oktober 2025 genomen. De termijn om te beslissen op het bezwaar bedraagt in dit geval 19 weken na deze datum. Het Uwv moest oorspronkelijk dus uiterlijk op 12 februari 2026 een besluit nemen. Op 23 januari 2026 heeft het Uwv de beslistermijn met zes weken uitgesteld, zodat het uiterlijk op 26 maart 2026 een beslissing op het bezwaar bekend moest maken.
5.1 Eiser heeft het Uwv op 13 januari 2026 in gebreke gesteld, en heeft op 13 maart 2026 beroep ingesteld. Omdat het Uwv op deze data nog niet in gebreke was tijdig een besluit te nemen, is niet voldaan aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Dat betekent dat het beroepschrift niet-ontvankelijk is.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meessen, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J. Bronsveld, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 6 augustus 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.