Rb. Den Haag 22 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:19667
Bij beschikking van 1 juli 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente (het college) een voorlopig voorkeursrecht gevestigd op de percelen van de ‘Draf- en Renbaan Duindigt’. Op 22 september 2025 heeft de raad van de gemeente besloten tot de vestiging van een vervroegd voorkeursrecht. De gemeente verzoekt de rechtbank om een koopovereenkomst en andere rechtshandelingen nietig te verklaren omdat deze volgens haar de kennelijke strekking hebben haar voorkeursrecht op de percelen van de 'Draf- en Renbaan Duindigt' te omzeilen. De rechtbank wijst dat verzoek af. Naar het oordeel van de rechtbank hebben de betreffende (rechts)handelingen niet die strekking.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 22 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 195 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 283 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 26 WVGem
- Artikel 7:3 BW7
- Artikel 9.9 Omgevingswet
- Artikel 9.22 Omgevingswet
- Artikel 1 Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden