Rb. Den Haag 9 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:19304

Pkv. Asiel. Besluit ingetrokken. Besluit- en vertrekmoratorium. Afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummers: NL25.63485 en NL25.63486
V-nummer: [v-nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , geboren op [geboortedag] 1999, van Iraanse nationaliteit, verzoeker
(gemachtigde: mr. S.N. Ali),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. V.J.C.M. Tielemans).

Inleiding en procesverloop

1 In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) de verzoeken van verzoeker om een veroordeling van verweerder in de proceskosten.

1.1 Verzoeker heeft op 7 december 2025 asiel aangevraagd. Verweerder heeft met het besluit van 24 december 2025 de aanvraag van verzoeker kennelijk ongegrond verklaard, op grond van artikel 31, eerste lid, en artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, d, en e, van de Vw 2000.

1.2 Verzoeker heeft op 29 december 2025 beroep ingesteld tegen het besluit van 24 december 2025, als ook een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend, inhoudende dat hij niet wordt uitgezet totdat op zijn beroep is beslist.

1.3 Verweerder heeft bij brief van 15 april 2026 laten weten dat het besluit van 24 december 2025 wordt ingetrokken, vanwege het besluit- en vertrekmoratorium van 18 maart 2026. Verzoeker heeft als gevolg hiervan op 3 juni 2026 het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken en de rechtbank in beide zaken verzocht verweerder te veroordelen in de proceskosten. Verweerder heeft bij brief van 17 juni 2026 laten weten niet bereid te zijn om een proceskostenvergoeding aan te bieden.

1.4 De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek.

Overwegingen

2 De rechtbank wijst de verzoeken om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

2.1 Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. De rechtbank moet dus beoordelen of verweerder geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.

2.2 De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet tegemoet is gekomen aan het beroep van verzoeker. De rechtbank volgt daarbij het standpunt van verweerder in de brief van 17 juni 2026, namelijk dat eiser niet tegemoet wordt gekomen met de intrekking van het besluit omdat de intrekking heeft plaatsgevonden op basis van een veranderde omstandigheid. Deze veranderde omstandigheid is gelegen in het besluit- en vertrekmoratorium van 18 maart 2026. Verweerder heeft in dit kader terecht verwezen naar de uitspraak van de Afdeling van 4 december 2023.

2.3 De rechtbank wijst het verzoek om een veroordeling in de proceskosten in zowel het beroep, als het verzoek om een voorlopige voorziening daarom af als kennelijk ongegrond.

Beslissing

De rechtbank wijst de verzoeken om vergoeding van de proceskosten af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H.G. Odink, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hayas, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Aangehaalde uitspraken