Rb. Den Haag 5 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1875

Vovo tegen omgevingsvergunning voor slopen woning toegewezen. Het college heeft het toetsingskader niet goed toegepast, omdat de artikelen 4.5.1 en verder van de regels van het bestemmingsplan “Cultuurhistorie” in het bestreden besluit niet zijn genoemd. De daarin wel genoemde artikelen 22.26 en 22.29 van het tijdelijk deel van het omgevingsplan (bruidsschat) zijn in dit geval niet van toepassing. Uit de stukken is niet duidelijk geworden welke documentatie vergunninghouder heeft overgelegd, die is vereist op grond van de artikelen 4.5.3 en 4.5.4 van de planregels. Tevens is niet voldaan aan het vereiste in de artikelen 4.5.3, aanhef en onder b, en 4.5.4, aanhef en onder a tot en met c, van de planregels, omdat vergunninghouder bij het indienen van de aanvraag geen stukken heeft overgelegd waarmee is aangetoond dat de cultuurhistorische waarden niet verloren gaan. Uit het bestreden besluit en de toelichting van het college op de zitting blijkt dat voorafgaande aan het bestreden besluit nog geen advies van een cultuurhistorisch deskundige voorhanden was, terwijl een dergelijk advies op grond van artikel 4.5.5, onder c, van de planregels wel is vereist.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen