Rb. Den Haag 18 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:18504

voorlopige voorziening hangende asiel. Verweerder heeft ten onrechte geen opschortende werking aan de voorlopige voorziening toegekend. Verzoeker valt niet onder artikel 3.1, tweede lid, onder e van het Vb omdat onvoldoende is gebleken dat hij zijn asielaanvraag enkel heeft ingediend om uitzetting uit te stellen of te verijdelen. Daarnaast wil verzoeker in de beroepsfase landeninformatie overleggen en heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd hoe verzoeker met objectieve bewijsmiddelen kan aantonen dat de Algerijnse autoriteiten hem geen bescherming willen bieden. Redelijke kans van slagen van het beroep kan op dit moment niet worden ontzegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen