Rb. Den Haag 3 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:17901

Dublin Frankrijk / tussenuitspraak – verweerder wil eiseres en haar 3 kinderen overdragen aan Frankrijk – gelet op overgelegde medische gegevens kan niet worden uitgesloten dat de overdracht zal leiden tot een schending van artikel 4 Handvest. – verweerder heeft uit eigen beweging een BMA-advies gevraagd, de rechtbank acht dit zorgvuldig. De rechtbank ziet geen aanleiding om een voorlopige voorziening toe te wijzen. Door tijdig om een voorlopige voorziening te verzoeken heeft eiseres reeds bereikt dat zij niet kan worden overgedragen voordat uitspraak op haar beroep wordt gedaan. Het toewijzen van de gevraagde voorziening is hiervoor dus niet nodig. Een voorlopige voorziening is een rechtsmiddel voor eiseres en is niet bedoeld om de overdrachtstermijn ‘veilig te stellen’. – de behandeling van het beroep wordt aangehouden in afwachting van het BMA-advies en de standpunten van partijen over de gevolgen van dit advies voor het overdrachtsbesluit. De rechtbank bepaalt dat DT&V geen contact mag opnemen met eiseres en haar kinderen totdat de rechtbank uitspraak doet op het beroep vanwege de impact van deze gesprekken op het welbevinden van eiseres en haar kinderen. Deze impact blijkt uit de overgelegde medische stukken waarvan DT&V wellicht niet op de hoogte is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen