Rb. Den Haag 17 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:16623

Overheidsaansprakelijkheid. Wets-procedure en artikel 47 Handvest Europese Unie. De Staat heeft niet onrechtmatig gehandeld jegens eiser bij de herbeoordeling van de Wetsb-beslissing door de minister. De gang naar de civiele rechter biedt een voorziening in rechte die voldoet aan de eisen van artikel 47 Handvest. Bij de omzetting van een in het buitenland opgelegde straf of maatregel behoeft de situatie van de veroordeelde niet te worden onderzocht. Wel ligt in de rede dat bij de vraag of sprake is van strafverzwaring rekening wordt gehouden met reeds voorzienbare en objectief vast te stellen gevolgen van de omzetting voor de tenuitvoerlegging van de straf of maatregel. Dergelijke omstandigheden zijn in deze zaak niet gebleken. In zoverre heeft de Staat niet onrechtmatig gehandeld. Wel had de Staat eiser het Zweedse certificaat met de Zweedse uitspraak moeten verstrekken en gehoor had moeten geven aan het verzoek van de Zweedse autoriteiten om de beslissing tot strafoverdracht aan hem te verstrekken. Als eiser daardoor schade heeft geleden moet de Staat die vergoeden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken