Rb. Den Haag 30 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1631

Deze uitspraak gaat allereerst over de beroepen van eisers wegens het uitblijven van een tijdige beslissing op hun aanvragen om meerzorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Deze uitspraak gaat ook over de afwijzende besluiten van 1 juli 2025 die het Zorgkantoor alsnog heeft genomen. De beroepen hebben van rechtswege mede betrekking op die besluiten. Eisers zijn het niet eens met die besluiten. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de bestaande wet- en regelgeving en de parlementaire geschiedenis geen aanwijzing bevat dat het Zorgkantoor de aanvragen van eisers om meerzorg op grond van de Wlz op een juiste manier heeft beoordeeld. De door het Zorgkantoor verrichte beoordeling is niet inzichtelijk, niet controleerbaar en daarmee onnavolgbaar. Eisers krijgen gelijk en de beroepen zijn gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken