Rb. Den Haag 21 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:15113
Verweerder heeft aan een demonstratie bij een ambassade een beperking verbonden, in die zin dat de demonstratie schuin tegenover de ambassade moet plaatsvinden. Dit is binnen zicht- en gehoorafstand van de ambassade. De inschatting van verweerder, dat moet worden gevreesd voor wanordelijkheden, is redelijk te achten. De opgelegde beperking is noodzakelijk ter voorkoming van wanordelijkheden. Het recht op betoging wordt door de opgelegde beperking niet onevenredig beperkt. Afwijzing verzoek om een voorlopige voorziening.
De uitspraak op rechtspraak.nl