Rb. Den Haag 22 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:13187

Dublin Slovenië. Visumvertegenwoordiging. De minister is in de besluitvorming ten onrechte niet ingegaan op hetgeen eiser over de verkrijging van zijn visum naar voren heeft gebracht namelijk dat dit visum namens Nederland is verstrekt door de Sloveense autoriteiten. Op het visum is vermeld R/NLD. Naar het oordeel van de rechtbank is artikel 12, tweede lid, van de Dublinverordening leidend en kan een claimakkoord dan wel EU-vis registratie niet afdoen aan een visum waarvan de echtheid niet in geschil is. De minister had moeten uitgaan van de geldigheid van het namens de Nederlandse autoriteiten verstrekte visum. Gelet op artikel 12, tweede lid, van de Dublinverordening is Nederland dus verantwoordelijk voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken