Rb. Den Haag 4 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:11106

Verzoek om voorlopige voorziening. Verzoekers vragen de voorzieningenrechter om het besluit van verweerder om hen in te schrijven in het RNI te schorsen en verweerder op te dragen om verzoekers en hun twee minderjarige kinderen in te schrijven in de Brp op een door verweerder aan te wijzen briefadres. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder in beginsel mag verlangen dat verzoekers duidelijkheid verschaffen over hun verblijfplaats. Verweerder kan zonder de gevraagde inlichtingen geen onderzoek doen naar de vraag of verzoekers beschikken over een woonadres. Slechts wanneer verzoekers niet beschikken over een woonadres, kan verweerder hen immers inschrijven op een briefadres. Dat verzoekers om de hun moverende redenen geen duidelijkheid willen verschaffen over hun verblijfplaats, moet naar het oordeel van de voorzieningenrechter in beginsel voor hun eigen rekening en risico komen. Onder de gegeven omstandigheden ziet de voorzieningenrechter daarom geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder moet worden opgedragen om verzoekers in te schrijven op een gemeentelijk briefadres. Verzoek afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken