Rb. Den Haag 22 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:10227

Eiser heeft een aanvraag voor een reguliere verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd en een verblijfsvergunning voor EU-langdurig ingezetenen gedaan. De minister mocht deze aanvraag afwijzen, omdat eiser niet voldoet aan het inburgeringsvereiste en het niet onevenredig is om van eiser te verwachten dat hij alsnog aan dit vereiste voldoet. Wel heeft de minister de hoorplicht in de bezwaarfase geschonden. Het beroep is om die reden gegrond. De rechtbank laat de rechtsgevolgen van de afwijzing in stand.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken