Rb. Den Haag 28 mei 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:9697
Arbeid. Naar het oordeel van de kantonrechter is de rechtsverhouding tussen partijen aan te merken als een arbeidsovereenkomst en niet als een overeenkomst van opdracht. Werknemer is benoemd als statutair bestuurder. Een statutair bestuurder, van wie herstel van de arbeidsovereenkomst op grond van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek niet mogelijk is, kan worden ontslagen zonder dat dit zijn instemming heeft en zonder dat voor hem een preventieve ontslagtoets geldt door het UWV of de rechter. De rechter moet wel toetsen of de aan het ontslag ten grondslag gelegde grond een redelijke grond is in de zin van artikel 7:669 BW en of er is voldaan aan de herplaatsingsverplichting. Niet komt vast te staan dat werkgever de arbeidsovereenkomst op een redelijke grond heeft opgezegd. Omdat de werknemer heeft berust in het ontslag, heeft de werknemer naar het oordeel van de kantonrechter dan ook recht op een billijke vergoeding van zes maandsalarissen en de transitievergoeding.
De uitspraak op rechtspraak.nl