Rb. Den Haag 16 januari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:909
Grensdetentie art. 6 lid 1 en 2 Vw. Het opleggen en voortduren van de maatregel is onevenredig bezwarend, omdat eiser gedurende de eerder opgelegde maatregel ogv art. 6 lid 3 Vw een periode in onrechtmatige detentieomstandigheden heeft verkeerd. Dat die periode nog niet is beoordeeld door de rechtbank maakt dat niet anders, dat gold immers voor iedere vreemdeling die in die periode in dc Schiphol verbleef. De rechtbank kwalificeert dit als een dusdanig schending dat (ook) het opleggen van de nieuwe maatregel als onevenredig bezwarend moet worden gezien. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Den Haag 12 december 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:20962
- ABRvS 21 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3184
- Rb. Den Haag 8 juni 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:5588
- Rb. Den Haag 3 juni 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:5474
- EHRM 29 januari 2008, ECLI:CE:ECHR:2008:0129JUD001322903
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2014:2095
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2022:178