Rb. Den Haag 2 mei 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:8514

Eiser heeft de Surinaamse nationaliteit en wil in Nederland verblijven bij zijn echtgenote, die de Nederlandse nationaliteit heeft. Hij heeft daarom een aanvraag ingediend om een machtiging tot voorlopig verblijf voor verblijf bij zijn echtgenote (hierna: referente). De minister mocht de aanvraag afwijzen omdat het tussen eiser en referente gesloten huwelijk kan worden aangemerkt als een schijnhuwelijk. Anders dan eiser heeft gesteld, is het standpunt van de minister dat sprake is van een schijnhuwelijk niet gebaseerd op onderbuikgevoelens en vermoedens. Er bestaan sterke aanknopingspunten voor de conclusie dat sprake is van een schijnhuwelijk. Zo is het huwelijk met eiser het zesde huwelijk van referente en is zij achtereenvolgens gehuwd met drie mannen, die allemaal broers van elkaar zijn. Ook heeft referente vier keer als referent opgetreden in een verblijfsrechtelijke procedure. De minister heeft het standpunt mogen innemen dat uit de feiten en omstandigheden blijkt van een patroon met betrekking tot het aangaan van huwelijken en het optreden als referent in verblijfsrechtelijke procedures. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiser geen machtiging tot voorlopig verblijf voor verblijf bij referente in Nederland krijgt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen