Rb. Den Haag 25 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:6821
Veroordeling wegens mensenhandel (seksuele uitbuiting van vier vrouwen en criminele uitbuiting van een man). Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren en een gedragsbeïnvloedende- en vrijheidsbeperkende maatregel.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
Rechtbank DEN HAAG
Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummers: 09/221224-22, 09/234440-22 en 09/058616-24 (t.t.z. gev.)
Datum uitspraak: 25 april 2025
Tegenspraak
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officieren van justitie tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats] ,
op dit moment gedetineerd in de penitentiaire inrichting [plaats] ,
locatie [locatie] .
1 Het onderzoek ter terechtzitting
Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 10, 12, 13, 17, 18, 20, 24, 26 en 27 maart 2025 (inhoudelijke behandeling).
Het onderzoek is gesloten op de terechtzitting van 11 april 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie mr. N. Rose en mr. J.M. Eelman en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. D. Bektesevic naar voren is gebracht.
2 De tenlastelegging
Aan de verdachte (hierna: [verdachte] ) is - na nadere omschrijving van de tenlastelegging in de zaak met parketnummer 09/221224-22 op de terechtzitting van 23 mei 2023 en wijziging van de tenlastelegging in de zaak met parketnummer 09/234440-22 op de terechtzitting van 10 maart 2025 - ten laste gelegd dat:
Parketnummer 09/221224-22 (hierna: dagvaarding 1)
1 deelonderzoek Bosoehoe)
hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2021 tot en met 31 augustus 2022 te Hoofddorp en/of 's-Gravenhage en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, een ander, genaamd [slachtoffer 1] ,
(telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitlijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie
- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van
seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 1] (sub 1),
- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid
of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en)
heeft ondernomen waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs
moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het
verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4),
- heeft gedwongen en/of bewogen hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) te bevoordelen
uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [slachtoffer 1] met of voor een derde
(sub 9),
- ( telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer 1] (sub 6)
immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (meermalen)
- aan die [slachtoffer 1] gevraagd om een weekendje weg te gaan om tot rust te kunnen komen
en/of
- een advertentie met (naakt)foto's van die [slachtoffer 1] gemaakt en/of op sekssites geplaatst
en/of
- telefonisch contact onderhouden met prostitutieklanten en/of (een) afspra(a)k(en) met
klanten gemaakt en/of
- die [slachtoffer 1] geslagen tegen haar hoofd en/of haar lichaam en/of
- tegen die [slachtoffer 1] gezegd we hadden zoveel geld kunnen verdienen en/of we kunnen het
opnieuw proberen en/of
- tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat er schulden waren die hij/zij niet af konden lossen en/of
(vervolgens) aan die [slachtoffer 1] gevraagd of zij kon helpen en/of
- die [slachtoffer 1] opgehaald uit haar woning en meegenomen naar de woning van verdachte en
of zijn mededader(s) en/of die [slachtoffer 1] in de woning laten verblijven en/of
- ( naakt)foto's en/of (seks)filmpjes van die [slachtoffer 1] gemaakt en/of verspreid en/of gedreigd dat die (seks)filmpjes verspreid zouden worden via de media en/of
- die [slachtoffer 1] belet om te kunnen slapen en/of
- aan die [slachtoffer 1] drugs en/of medicatie verstrekt en/of haar een bedwelmende stof laten
inademen en/of haar (aldus) gedrogeerd en/of bedwelmd en/of
- het identiteitsbewijs en/of het rijbewijs en/of de hond en/of de telefoon van die [slachtoffer 1]
(af)gepakt en/of
- tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat haar partner niet meer om haar gaf en/of zijn kaarten
verstopt en/of zijn telefoontjes weggedrukt en (aldus) die [slachtoffer 1] geïsoleerd en/of
- het door die [slachtoffer 1] verdiende geld en/of de verdovende middelen afgenomen en/of in
ontvangst genomen en/of
- tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat hij haar zou vermoorden als zij aangifte ging doen en/of dat
zij eraan zou gaan als zij hem zou verraden, althans woorden van gelijke aard en/of
strekking;
2 ( deelonderzoek Havikuil)
hij in of omstreeks de periode van 1 september 2021 tot en met 25 januari 2023 te ’s-Gravenhage en/of Voorburg en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, een ander, genaamd [slachtoffer 2] ,
(telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie,
- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van
seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 2] (sub 1),
- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid
of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en)
heeft ondernomen waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs
moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 2] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4),
- heeft gedwongen en/of bewogen hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) te bevoordelen
uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [slachtoffer 2] met of voor een derde (sub 9),
- ( telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer 2] (sub 6)
immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (meermalen)
- aan die [slachtoffer 2] gevraagd of zij een account wilde maken op een site voor seksadvertenties en/of klanten te woord wilde staan en/of (daarbij) gezegd dat zij verder niets hoefde te doen en/of
- die [slachtoffer 2] in huis opgesloten en tegen haar gezegd dat zij maar één klant hoefde te
'pakken' en/of
- die [slachtoffer 2] (terwijl zij op de grond lag) geslagen en/of gestompt en/of geschopt tegen
haar lichaam en/of gezicht en/of aan haar haren getrokken en/of in haar gezicht gespuugd
en/of
- die [slachtoffer 2] gecontroleerd door een telefoon onder haar bed te leggen en/of de
prostitutieafspraken op te nemen en/of de kamer van die [slachtoffer 2] te doorzoeken en/of
- die [slachtoffer 2] drugs onthouden en/of haar prostitutiewerk beloond met drugs en/of
- ( een) seksadvertentie(s) voor die [slachtoffer 2] gemaakt en/of
- die [slachtoffer 2] opdracht gegeven/verzocht van klanten geld in ontvangst te nemen zonder
daarvoor een seksuele prestatie te leveren en/of het door die [slachtoffer 2] verdiende geld
afgenomen en/of in ontvangst genomen;
Parketnummer 09/234440-22 (hierna: dagvaarding 2)
1 deelonderzoek Steenuil)
hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2021 tot en met 14 februari 2023 te ’s-Gravenhage en/of Hoofddorp en/of elders in Nederland, een ander, genaamd [slachtoffer 3] ,
(telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie,
- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van
seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 3] (sub 1) en/of
- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of
diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft
ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 3] zich
daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4) en/of
- heeft gedwongen en/of bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de
seksuele handelingen van die [slachtoffer 3] met of voor een derde (sub 9), en/of
- ( telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer 3] (sub 6)
immers heeft hij, verdachte, (meermalen)
- aan die [slachtoffer 3] gevraagd of hij haar foto’s kon gebruiken en tegen haar gezegd dat zij een mooie meid was en/of dat hij twintig jaar geleden al verliefd op haar was en/of dat zij samen een bedrijf en/of sportschool zouden beginnen en/of dat zij in een mooi huis in een dure wijk zouden gaan wonen en/of
- aan die [slachtoffer 3] gevraagd of zij de telefoon op wilde nemen en gezegd dat zij goed kon praten en/of dat die meisjes niet goed Nederlands konden en/of
- tegen die [slachtoffer 3] gezegd ‘Kijk eens hoeveel mensen er voor je bellen’ en/of ‘Je kan nu
vijfhonderd euro verdienen’ en/of ‘Iedereen wil jou’ en/of ‘Ik blijf m’n hele leven bij je ook al werk je’ en/of ‘Er verandert niks tussen ons, denk aan onze zaak, denk aan de toekomst’ en/of dat hij geen zin meer heeft in een relatie en iemand wil die 100% achter hem staat en/of 'Het is voor een
groot doel, we kunnen er veel geld mee verdienen' en/of
- tegen die [slachtoffer 3] gezegd 'Ja ik ga wel stelen' en/of vervolgens 'Ja, mij hangt veel boven mijn hoofd, bij jou niet [slachtoffer 3] ' en/of 'Jij doet niks verkeerd' en/of 'Jij bent alleen maar bemiddelaar of speelt de hoer' en/of
- aan die [slachtoffer 3] drugs verstrekt en/of die [slachtoffer 3] misleid door haar heroïne (in een joint) te
verstrekken en/of te laten roken in plaats van hasj en/of tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat zij meer had gerookt dan zij had verdiend en/of
- seksadvertenties en/of (seks)filmpjes gemaakt en/of geplaatst op (seks)sites en/of verspreid
en/of
- contact onderhouden met prostitutieklanten en/of
- die [slachtoffer 3] vervoerd naar escort afspraken en/of
- tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat zij het geld niet op haar kamer mocht houden voor haar veiligheid en/of dat ze het niet afpakken en/of
- ( vervolgens) het door [slachtoffer 3] verdiende geld en/of de verdovende middelen afgenomen en/of in ontvangst genomen;
2 ( deelonderzoek Oeraluil)
hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2021 tot en met 31 mei 2022 te ’s-Gravenhage en/of elders in Nederland, een ander, genaamd [slachtoffer 4] ,
(telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie,
- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van
criminele uitbuiting van die [slachtoffer 4] (sub 1) en/of
- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of
diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft
ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 4] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4) en/of
- ( telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer 4] (sub 6)
immers heeft hij, verdachte, (meermalen)
- die [slachtoffer 4] gehuisvest en/of drugs verstrekt en/of
- tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat hij nog geld van hem kreeg en/of dat die [slachtoffer 4] een
drugsschuld bij hem had en/of
- tegen die [slachtoffer 4] gezegd: ‘Nu moet er geld komen’ en/of ‘Tja [slachtoffer 4] , er komt nu niets binnen, dus je moet toch wat gaan doen pik’ en/of ‘Beter ga je wat doen nu, anders gaan er andere dingen gebeuren jongen’ en/of ‘ [slachtoffer 4] , als jij praat met de politie, daar staat de doodstraf op’, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- die [slachtoffer 4] (een) (sms)bericht(en) gestuurd met als inhoud: ‘ [slachtoffer 4] ik was net van plan om met je te gaan beginnen je zal heel snel moeten wezen met betalen’ en/of ‘Luister vriend, ik weet niet wanneer je van plan bent om dat te gaan doen, maar je moet echt gaan opschieten [slachtoffer 4] ’ en/of ‘Ik ben bewust nog niet langs je huis gegaan, maar als ik kom is het de laatste keer geweest voor je’ en/of
- die [slachtoffer 4] geslagen en/of
- tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat hij diefstallen kon plegen of kon tanken zonder te betalen en/of gezegd: ‘Als je maar gewoon met spullen terugkomt’ en/of
- tegen die [slachtoffer 4] gezegd: ‘ [slachtoffer 4] die auto hebben we nodig. Ga jij even tanken dan. Want we hebben wel benzine nodig’ en/of ‘Er komt al vanaf jou bijna niets binnen. Er moet wel wat worden in gedaan’ en/of
- de gestolen goederen afgenomen en/of in ontvangst genomen;
Parketnummer 09/058616-24 (hierna: dagvaarding 3)
(deelonderzoek Velduil)
hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 augustus 2021 te ’s-Gravenhage en/of Hoofddorp en/of elders in Nederland een ander, genaamd [slachtoffer 5] ,
(telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie,
- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 5] (sub 1),
- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 5] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4),
- heeft gedwongen en/of bewogen hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [slachtoffer 5] met of voor een derde (sub 9),
en/of
- ( telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer 5] (sub 6)
immers heeft hij, verdachte, (meermalen)
- die [slachtoffer 5] beloofd dat ze geld kon verdienen voor een paspoort en vakantie met schoonmaken en opruimen in een woning in Hoofddorp en daar kon verblijven en/of
- die [slachtoffer 5] naar deze woning gebracht en/of
- die [slachtoffer 5] gezegd ‘Shit, hoe gaan we dit nu doen? We moeten geld verdienen’ en/of
- die [slachtoffer 5] gevraagd een profiel aan te maken voor (een) seksadvertentie(s) voor die [slachtoffer 5] , waarop verdachte toezag en/of
- die [slachtoffer 5] gevraagd foto’s te maken voor (een) seksadvertentie(s) voor die [slachtoffer 5] , welke advertentie(s) geplaatst is (zijn) en/of
- die [slachtoffer 5] zelf seksafspraken met klanten laten maken en/of
- contact met klanten onderhouden en/of seksafspraken voor die [slachtoffer 5] gemaakt en/of
- die [slachtoffer 5] klanten laten meenemen naar haar kamer voor een seksafspraak en/of
- het door die [slachtoffer 5] verdiende geld in ontvangst genomen en/of zichzelf toegeëigend en/of
- die [slachtoffer 5] nooit alleen naar buiten laten gaan.
3 De geldigheid van de dagvaarding
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat dagvaarding 2, ten aanzien van feit 1, en dagvaarding 3 partieel nietig dienen te worden verklaard. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat de dwangmiddelen ‘geweld’ en ‘dreiging met geweld’ onvoldoende feitelijk zijn. Volgens de raadsman voldoet de tenlastelegging niet aan de eisen die artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) daaraan stelt.
De rechtbank verwerpt het verweer. Het bepaalde in artikel 261 Sv strekt ertoe dat het de verdachte voldoende duidelijk is waarvan hij wordt verdacht, zodat hij zich tegen de verdenking kan verweren. Om te beoordelen of de tenlastelegging voldoende duidelijk is, wordt niet alleen gekeken naar de letterlijke tekst van de tenlastelegging. De tenlastelegging moet worden bezien in samenhang met de inhoud van het dossier. De rechtbank is van oordeel dat het [verdachte] aan de hand van de tenlastelegging en de inhoud van het dossier duidelijk moest zijn waartegen hij zich moest verweren. Dat dit ook het geval is geweest, blijkt uit het verhandelde ter zitting.
De rechtbank volgt de raadsman dus niet in zijn standpunt dat alleen de vermelding van ‘geweld’ en ‘dreiging met geweld’, zonder dat dit nader is verfeitelijkt, onvoldoende is. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de Hoge Raad heeft geoordeeld dat ‘misleiding’ en ‘misbruik van een kwetsbare positie’ niet nader behoeven te worden geconcretiseerd in de tenlastelegging, omdat daaraan op zichzelf voldoende feitelijke betekenis toekomt. De rechtbank is van oordeel dat hetzelfde geldt voor de termen ‘geweld’ en ‘dreiging met geweld’.
4 De bewijsbeslissing
4.1 Inleiding
Op 21 augustus 2021 werd door [naam 1] aangifte gedaan van mishandeling door [verdachte] . Hierbij verklaarde zij dat haar zus [slachtoffer 3] (hierna: [slachtoffer 3] ), onder andere door [verdachte] werd gedwongen tot prostitutie. Naar aanleiding hiervan is op 22 en 24 augustus 2021 gesproken met [slachtoffer 3] . Zij verklaarde onder andere dat zij in de prostitutie werkte en haar verdiende geld afstond aan [verdachte] , omdat hij haar manipuleerde.
In 2021 is onderzoek Blafuil opgestart naar aanleiding van de hiervoor genoemde verklaringen. Tijdens dit onderzoek is [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ) eveneens naar voren gekomen als mogelijk slachtoffer van mensenhandel. Op 20 oktober 2021 werd met haar een informatief gesprek mensenhandel gehouden. [slachtoffer 2] verklaarde dat zij vrijwillig in de prostitutie werkte. Uiteindelijk is door de officier van justitie besloten het onderzoek te stoppen.
Op 5 januari en 13 juni 2022 vond een informatief gesprek mensenhandel plaats met [naam 2] . [naam 2] verklaarde over een netwerk dat diverse vormen van criminaliteit pleegde, waaronder gedwongen prostitutie en drugs- en vermogenscriminaliteit. Een kickbokser uit Den Haag (vermoedelijk [verdachte] ) stond aan het hoofd. Zijn vriendin (vermoedelijk [slachtoffer 3] ) maakte deel uit van het netwerk. [naam 2] verklaarde dat zij door deze groep werd gedwongen tot prostitutie, maar geen aangifte wilde doen, omdat zij bang was voor represailles.
Op 28 januari 2022 vond een informatief gesprek mensenhandel plaats met [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ). [slachtoffer 1] gaf aan dat zij in het verleden voor [verdachte] in de prostitutie had gewerkt, maar dat zij daar verder niets mee wilde doen. Op 5 april 2022 ontvluchtte [slachtoffer 1] woning aan de [adres] in Den Haag, omdat zij door de bewoner met een vuurwapen zou worden bedreigd. Ter plaatse werden in de woning [verdachte] en [slachtoffer 3] aangetroffen. Naar aanleiding van dit incident heeft een informatief gesprek plaatsgevonden met [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] verklaarde dat [verdachte] maar één ding van haar wilde en dat was geld verdienen in de prostitutie en dat zij al het verdiende geld aan [verdachte] moest geven. [slachtoffer 1] gaf aan nu wel aangifte te willen doen.
Op 4 mei 2022 werd een groot strafrechtelijk onderzoek ter zake van mensenhandel gestart onder de naam Kuiftok, waarbij meerdere verdachten in beeld zijn gekomen. Het onderzoek Kuiftok bestaat uit negen deelonderzoeken. Elk deelonderzoek richt zich op één slachtoffer.
De verdachte wordt verweten dat hij zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van [slachtoffer 1] (deelonderzoek Bosoehoe; dagvaarding 1, feit 1), [slachtoffer 2] (deelonderzoek Havikuil; dagvaarding 1, feit 2), [slachtoffer 3] (deelonderzoek Steenuil; dagvaarding 2, feit 1), [slachtoffer 4] (hierna: [slachtoffer 4] ) (deelonderzoek Oeraluil; dagvaarding 2, feit 2) en [slachtoffer 5] (hierna: [slachtoffer 5] ) (deelonderzoek Velduil; dagvaarding 3). Ten aanzien van [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 5] betreft het verwijt mensenhandel door middel van seksuele uitbuiting en ten aanzien van [slachtoffer 4] betreft het verwijt mensenhandel door middel van criminele uitbuiting.
4.2 Het standpunt van de officieren van justitie
De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat alle ten laste gelegde feiten bewezen kunnen worden verklaard. Op specifieke standpunten wordt hierna – voor zover van belang – nader ingegaan.
4.3 Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat [verdachte] moet worden vrijgesproken van dagvaarding 2, feit 1 (deelonderzoek Steenuil). Ten aanzien van de overige feiten heeft de raadsman partiële vrijspraken bepleit. Op specifieke standpunten wordt hierna – voor zover van belang – nader ingegaan.
4.4 Juridisch kader mensenhandel
Aan [verdachte] is (meerdere malen) het delict mensenhandel ten laste gelegd. Mensenhandel is strafbaar gesteld in artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Uit de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 273f (oud) Sr en de jurisprudentie volgt dat mensenhandel is gericht op uitbuiting. Uitbuiting moet daarbij niet beperkt worden uitgelegd. Het belang van het individu staat voorop; dat belang is het behoud van zijn of haar lichamelijke en geestelijke integriteit en persoonlijke vrijheid.
De tenlastelegging is telkens opgesplitst in specifieke verwijten die worden beschreven in artikel 273f, eerste lid, sub 1, 4, 6 en 9 Sr. De delictsomschrijving in sub 1 ziet op het werven, overbrengen/vervoeren of huisvesten/opnemen van een ander, om die ander in een uitbuitingssituatie te brengen. Daarbij is vereist dat de verdachte het oogmerk van uitbuiting heeft. Het verwijt in sub 4 ziet op het verrichten van handelingen waardoor een ander zich beschikbaar stelt voor het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard. Uitbuiting van het slachtoffer is daarbij een impliciet bestanddeel. Het verwijt in sub 9 heeft betrekking op het zich laten bevoordelen uit de opbrengst van die diensten van seksuele aard door een ander. Ook hier wordt de uitbuiting als impliciet bestanddeel verondersteld. De in sub 1, 4 en 9 strafbaar gestelde vormen van mensenhandel vereisen steeds het gebruik van één of meer dwangmiddelen, zoals genoemd in artikel 273f , lid 1, sub 1 Sr. Dit geldt niet voor het verwijt in sub 6, dat betrekking heeft op het opzettelijk voordeel trekken uit de uitbuiting van een ander.
Dwangmiddelen
De in deze zaak aan de orde zijnde dwangmiddelen betreffen dwang, geweld, misleiding, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie.
Het begrip ‘dwang’ moet ruim worden uitgelegd en worden bekeken in de context waarin de handelingen van de verdachte plaatsvinden. Het slachtoffer zal door aanwending van dwang tegen zijn of haar zin in een situatie van uitbuiting zijn gebracht, waarin hij of zij, als hij of zij daartoe weerstand had kunnen bieden, niet terecht zou zijn gekomen. Het slachtoffer moet het dwangmiddel dus hebben opgemerkt en het moet bij hem of haar vrees hebben opgeleverd. Daarbij doet het niet ter zake dat de dwang op een ander in het algemeen geen indruk zou maken. Het is subjectief.
Het dwangmiddel ‘misleiding’ heeft een feitelijke betekenis. Bij dit dwangmiddel wordt doelbewust een foute voorstelling van zaken gegeven. Iemand wordt overtuigd van iets dat niet waar is, waardoor iemand iets gaat doen dat hij of zij anders niet zou hebben gedaan. Ook dit dwangmiddel is subjectief.
De dwangmiddelen ‘misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht’ en ‘misbruik van een kwetsbare positie’, die objectief moeten worden vastgesteld, kunnen elkaar deels overlappen. Deze misbruikdwangmiddelen kunnen veelal uit de omstandigheden worden afgeleid. De verdachte moet zich wel bewust zijn geweest van de relevante feitelijke omstandigheden van de betrokkene waaruit het overwicht voortvloeide of verondersteld wordt voort te hebben gevloeid, in die zin dat voorwaardelijk opzet ten aanzien van die omstandigheden bij hem aanwezig moet zijn. Datzelfde geldt voor gevallen waarin sprake is van een kwetsbare positie van het slachtoffer. De Hoge Raad heeft daarbij overwogen dat niet is vereist dat doelbewust misbruik is gemaakt van de kwetsbare positie van het slachtoffer.
Ook wordt voor het bewijs van het misbruik geen verdergaand initiatief en actief handelen van de verdachte vereist dan tot uitdrukking komt in de termen die in de wet staan (werven, vervoeren, overbrengen, huisvesten of opnemen). Blijkens jurisprudentie van de Hoge Raad is het niet een zelfstandig vereiste dat het initiatief van de verdachte is uitgegaan en ook niet dat het slachtoffer door de verdachte in een uitbuitingssituatie is gebracht. De omstandigheid dat een slachtoffer tevoren al op een of meer andere plaatsen in de prostitutie had gewerkt, behoeft geen aanwijzing te zijn voor vrijwilligheid en het ontbreken van een uitbuitingssituatie.
Bij het misbruik maken van (1) een uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht is er sprake van een relationele ongelijkheid of van het brengen in een dergelijke situatie van ongelijkheid, waardoor de keuzevrijheid van het slachtoffer is beperkt. Daarbij merkt de rechtbank op dat ‘beperkt’ niet inhoudt dat er sprake moet zijn van een zodanige dwang of druk dat voor het slachtoffer geen andere keuze meer mogelijk was; de beperking van de keuzevrijheid van het slachtoffer is voldoende om een gedwongen karakter van prostitutie aan te nemen. Uit de wetsgeschiedenis komt naar voren dat de wetgever bij prostituees stelt dat hiervan sprake is als ze verkeren of komen te verkeren in een situatie die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin een mondige prostituee in Nederland pleegt te verkeren. Het criterium ‘de gemiddelde mondige prostituee in Nederland’ omvat in ieder geval dat zij zelf bepaalt waar, wanneer, met wie, onder welke omstandigheden en tegen welke opbrengsten zij werkt. Ten aanzien van het misbruik maken van (2) een ‘kwetsbare positie’ geeft artikel 273f, zesde lid, Sr een minimumdefinitie van dit begrip: hieronder wordt mede begrepen een situatie waarin een persoon geen andere werkelijke of aanvaardbare keuze heeft dan het misbruik te ondergaan.
Oogmerk van uitbuiting
Het (oogmerk van) uitbuiting is in de wet niet gedefinieerd, anders dan in het tweede lid van artikel 273f Sr door de opsomming van een aantal vormen van uitbuiting, waaronder uitbuiting van een ander in de prostitutie.
De vraag of sprake is van uitbuiting laat zich niet in algemene zin beantwoorden. Uitbuiting veronderstelt altijd een zekere mate van onvrijwilligheid of onderwerping van degene die wordt uitgebuit. Het enkele aanwenden van dwangmiddelen levert niet reeds uitbuiting op, maar het oogmerk van uitbuiting brengt met zich dat sprake moet zijn van een (voorgenomen) ernstige inbreuk op de lichamelijke en/of geestelijke integriteit en/of de persoonlijke vrijheid.
Van uitbuiting in de prostitutie kan, zoals hiervoor overwogen, worden gesproken wanneer de betrokkene in een situatie verkeert die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin de ‘gemiddelde mondige prostituee in Nederland’ verkeert. Op grond van vaste jurisprudentie zal in het geval van prostitutiewerkzaamheden – gelet op de aard van het werk en de forse inbreuk op de lichamelijke integriteit – in het geval van gebruik van enig dwangmiddel en enig financieel gewin bij de verdachte al snel sprake zijn van uitbuiting. Wanneer gebruik is gemaakt van een dwangmiddel is instemming van het slachtoffer met de beoogde of bestaande uitbuiting niet relevant. Evenmin is de omstandigheid dat het slachtoffer voorafgaand aan de uitbuitingssituatie reeds werkzaam was als prostituee een beletsel voor een bewezenverklaring. Een beperking van de keuzevrijheid van het slachtoffer als gevolg van de gebruikte dwangmiddelen is voldoende om het gedwongen karakter van de prostitutie aan te nemen.
4.5 Gebruikte bewijsmiddelen
De rechtbank heeft in de bijlage opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
4.6 Bewijsoverwegingen
4.6.1 De betrouwbaarheid van de verklaringen
De aangeefsters en slachtoffers in de onderhavige zaak hebben ten overstaan van de politie en de rechter-commissaris een of meerdere verklaringen afgelegd. De verklaringen die zijn afgelegd bevatten ontegenzeggelijk inconsistenties. Op punten is wisselend en soms tegenstrijdig ten opzichte van andere verklaringen verklaard. Dat roept de vraag op in hoeverre de verklaringen betrouwbaar zijn en gebruikt kunnen worden voor het bewijs.
Zoals door de raadsman is onderkend, strekt het naar het oordeel van de rechtbank te ver om aan deze inconsistenties de conclusie te verbinden dat de verklaringen in hun geheel onbetrouwbaar zijn en van het bewijs moeten worden uitgesloten. Inconsistenties kunnen immers te wijten zijn aan vele factoren, zoals tijdverloop en de feilbaarheid van het menselijk geheugen. In deze zaak speelt verder het drugsgebruik van de slachtoffers gedurende de ten laste gelegde periode een belangrijke rol, wat ook van invloed kan zijn geweest op de afgelegde verklaringen.
Het gaat uiteindelijk om de totale indruk die de verklaringen maken.
Over de inhoud van de verklaringen van de slachtoffers overweegt de rechtbank dat hieruit, ook al zijn die verklaringen niet altijd hetzelfde, een duidelijke rode lijn kan worden gedistilleerd. Wat betreft de kern van het verwijt is de rechtbank van oordeel dat de verklaringen een eenduidig beeld laten zien. Indien de verschillende verklaringen in hun onderling verband worden bekeken, is er geen sprake van zodanige tegenstrijdigheden dat deze de betrouwbaarheid van de (kern van de) verklaringen aantasten. Dat laat onverlet dat de rechtbank bij de beoordeling van de verklaringen – en bij de beslissing om die verklaringen of gedeelten daarvan voor het bewijs te gebruiken – kritisch beziet in hoeverre die verklaringen steun vinden in het dossier.
De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat de verklaringen van de aangeefsters en slachtoffers – hoewel deze kritisch dienen te worden bekeken – bruikbaar zijn voor het bewijs, waar deze al dan niet gedeeltelijk worden ondersteund door andere bewijsmiddelen, zoals weergegeven in de bijlage bij dit vonnis.
4.6.2 Deelonderzoek Bosoehoe; [slachtoffer 1] (dagvaarding 1, feit 1)
Inleiding
De rechtbank is van oordeel dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van [slachtoffer 1] . Op basis van de bewijsmiddelen is de rechtbank ervan overtuigd dat [slachtoffer 1] door [verdachte] en de medeverdachten werd uitgebuit. [slachtoffer 1] heeft sekswerk verricht onder omstandigheden die een grote inbreuk op haar persoonlijke vrijheid en lichamelijke en geestelijke integriteit betekenden.
Zoals hierna wordt besproken, gaat het met name om misbruik van de zeer kwetsbare positie van [slachtoffer 1] en misbruik van het uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht dat [verdachte] op [slachtoffer 1] had. Dit heeft erin geresulteerd dat [verdachte] zich ten koste van [slachtoffer 1] heeft bevoordeeld. Anders dan de officieren van justitie hebben beargumenteerd, staat voor de rechtbank onvoldoende vast dat [verdachte] [slachtoffer 1] ook heeft gedwongen tot prostitutie door geweld of door dreiging met geweld. Ook dat wordt hieronder nader toegelicht.
Dwangmiddelen
Misbruik van kwetsbare positie en overwicht
[slachtoffer 1] kampte met zware psychische problemen. Zowel [slachtoffer 1] als haar ex-partner [naam 3] (hierna: [naam 3] ) hebben verklaard dat zij een borderline-stoornis heeft. Uit politieregistraties en de eigen verklaring van [slachtoffer 1] blijkt dat [slachtoffer 1] suïcidale gedachtes had en meerdere betrokkenen verklaren over de stemmingswisselingen en beïnvloedbaarheid van [slachtoffer 1] . Daar komt bij dat [slachtoffer 1] zwaar verslaafd was aan drugs. Zij rookte cocaïne (crack) en kon zonder drugs te gebruiken niet functioneren.
[verdachte] moet zich bewust zijn geweest van deze kwetsbaarheid. [verdachte] heeft meerdere keren verklaard over het drugsgebruik van [slachtoffer 1] en over haar geestestoestand (‘labiel’ en ‘zo gek als een deur’). [slachtoffer 5] heeft verklaard dat zij op verzoek van [verdachte] meeging naar Hoofddorp om [slachtoffer 1] ‘goed te houden’. Ook blijkt uit het dossier dat pogingen om een seksadvertentie voor [slachtoffer 1] aan te maken, mislukten, omdat [slachtoffer 1] volgens de betreffende website, zoals [verdachte] het verwoordde, ‘niet capabel’ was. Relevant is verder dat [verdachte] zelf verslaafd was aan drugs en wist dat een verslaving aan crack een continue zucht naar het opnieuw gebruiken met zich bracht.
Hoe berekenend [verdachte] was als het ging om de verslaving van een sekswerker blijkt onder meer uit de verklaring van [slachtoffer 3] . Zij heeft [verdachte] horen zeggen: ‘het beste wat er is, is dat je een temeijer (de rechtbank begrijpt: een prostituee) hebt die rookt, want die blijft dubbel en dwars bij je binnenkomen’. De rechtbank maakt hieruit op dat [verdachte] wist dat een verslaving aan en afhankelijkheid van drugs kon worden gebruikt om een sekswerker aan zich te binden. Uit het dossier blijkt ook veelvuldig dat [verdachte] het al dan niet verstrekken van drugs instrumenteel gebruikte. Ten aanzien van het sekswerk door [slachtoffer 1] heeft [slachtoffer 5] verklaard dat wanneer [slachtoffer 1] niet meer wilde werken, [verdachte] haar drugs aanbood in plaats van haar serieus te nemen (‘ah joh, neem nog een trekje’). [slachtoffer 5] verklaarde tevens dat het krijgen van drugs afhankelijk werd gesteld van het verrichten van sekswerk (‘maar jij hebt nog niets verdiend vandaag’). Hoe meer klanten er werden ontvangen, hoe meer drugs je kreeg, aldus [slachtoffer 5] . Ook [slachtoffer 3] heeft verklaard dat zij werd aangemoedigd om sekswerk te verrichten om daarna ‘beloond’ te worden met drugs.
[verdachte] had ook overwicht op [slachtoffer 1] . Dat overwicht vloeide naast wat hiervoor is genoemd voort uit het volgende. Hoewel de rechtbank – zoals hierna wordt overwogen – niet bewezen acht dat [verdachte] geweld gebruikte tegen [slachtoffer 1] , blijkt uit het dossier dat [verdachte] wel geweld gebruikte tegen anderen, met name mannen. Ook blijkt uit het dossier dat [slachtoffer 1] daarvan getuige is geweest of daar in ieder geval van op de hoogte was. Van betekenis is verder dat algemeen bekend was dat [verdachte] een voormalig kickbokser is, die op hoog niveau heeft gevochten. [verdachte] stond dus te boek als een imponerende man, die in staat was om fors geweld te gebruiken. Vele betrokkenen in het dossier verklaren dat ze erg onder de indruk waren van zulke geweldsuitbarstingen, met angst voor [verdachte] tot gevolg. [slachtoffer 5] , die met [slachtoffer 1] in dezelfde woning in Hoofddorp verbleef, heeft eveneens verklaard dat zij bang was voor [verdachte] .
In het dossier worden verder meerdere incidenten beschreven die bijdragen aan het overwicht dat [verdachte] had op [slachtoffer 1] . Het gaat dan om het feit dat [verdachte] en zijn mededader(s) de beschikking hadden over het rijbewijs van [slachtoffer 1] , haar identiteitskaart en haar hond(en). Dat [verdachte] en [slachtoffer 3] als mededader hierover de beschikking hadden, volgt niet alleen uit de verklaring van [slachtoffer 1] . Het rijbewijs van [slachtoffer 1] is aangetroffen bij de insluitingsfouillering van [slachtoffer 3] . Foto’s van het rijbewijs en het identiteitsbewijs van [slachtoffer 1] zijn aangetroffen op een onder [slachtoffer 3] in beslag genomen telefoon. Ook is met een Snapchat-account dat gekoppeld kan worden aan [slachtoffer 3] geprobeerd een advertentie te uploaden, waarin de ‘hond van barbie’ de koop werd aangeboden. In een videobestand, waarin [verdachte] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] te horen zijn, zegt [slachtoffer 3] dat zij weet waar de hond is en dat deze nog leeft, maar dat zij niet gaat zeggen waar de hond is. Naar het oordeel van de rechtbank draagt de beschikkingsmacht over persoonlijke documenten, persoonlijke informatie en huisdieren die [slachtoffer 1] dierbaar zijn, bij aan het overwicht dat [verdachte] op [slachtoffer 1] had.
In dit verband is tot slot van belang dat de verdachten veel (seksueel) beeldmateriaal van [slachtoffer 1] hadden. De beschikking over dergelijke filmpjes draagt uiteraard bij aan overwicht op [slachtoffer 1] . Anders dan de officieren van justitie naar voren hebben gebracht, bevat het dossier naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende steun voor de verklaring van [slachtoffer 1] dat [verdachte] zou hebben gedreigd dit beeldmateriaal te verspreiden. Er zijn geen verklaringen of berichten die duidelijk maken dat [verdachte] beeldmateriaal naar tv-zenders en -programma’s wilde sturen. Dat er regelmatig werd verwezen naar het televisieverleden van [slachtoffer 1] , maakt dat niet anders.
Misleiding
- Hoofddorp zomer 2021
De rechtbank spreekt [verdachte] vrij van de ten laste gelegde misleiding van [slachtoffer 1] ten aanzien van de periode in (aanloop naar) Hoofddorp. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij in de veronderstelling was dat zij met [verdachte] , [naam 3] en [slachtoffer 5] een weekendje weg zou gaan; zij kwam er vervolgens pas in Hoofddorp achter dat het de bedoeling was dat zij sekswerk zou gaan verrichten.
[verdachte] heeft daarentegen verklaard dat al vooraf was besproken dat er in Hoofddorp sekswerk zou worden verricht. Deze verklaring van [verdachte] wordt ondersteund door de verklaring van [slachtoffer 5] . Volgens [slachtoffer 5] was onderweg naar Hoofddorp het regelen van klanten en het verdienen van geld onderwerp van gesprek; [slachtoffer 1] praatte daarover mee. Verder heeft [slachtoffer 1] verklaard dat zij voorafgaand aan het vertrek naar Hoofddorp in de woning van [verdachte] aan de [straatnaam 1] (in Den Haag) is geweest en daar, terwijl zij onder invloed van drugs was, foto’s van haar zijn gemaakt en er een Kinky-account is aangemaakt. De rechtbank is er gelet hierop onvoldoende van overtuigd dat [verdachte] [slachtoffer 1] heeft misleid. Dat [naam 3] evenals [slachtoffer 1] heeft verklaard dat [verdachte] een weekendje weg in het vooruitzicht had gesteld, maakt dat niet anders. De verklaring van [naam 3] is in juni 2023 afgelegd, geruime tijd nadat de andere betrokkenen, onder wie [slachtoffer 1] , zijn gehoord. Daar komt bij dat [naam 3] er belang bij heeft om zijn rol in het geheel zo klein mogelijk te houden. De rechtbank houdt er rekening mee dat zijn verklaring in ieder geval deels is ingegeven door eigenbelang. Gelet hierop legt de verklaring van [naam 3] in deze context onvoldoende gewicht in de schaal.
- Den Haag juli 2022
De rechtbank acht wel bewezen dat [verdachte] [slachtoffer 1] heeft misleid in juli 2022. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat [verdachte] en [slachtoffer 3] aan haar hadden gevraagd of zij naar hun woning wilde komen om uit te praten wat eerder was voorgevallen. Ter plaatse werd echter op haar ingepraat en werd [slachtoffer 1] verteld dat [verdachte] schulden had. Aan [slachtoffer 1] werd gevraagd of zij niet van voor af aan wilde beginnen om verloren tijd en geld in te halen. In de woning werden aan [slachtoffer 1] ook drugs verstrekt en werden beelden van haar opgenomen om op een sekssite te zetten.
Deze verklaring van [slachtoffer 1] wordt ondersteund door bewijsmiddelen waaruit blijkt dat er in juli 2022 opnames zijn gemaakt van [slachtoffer 1] en dat er naar tientallen contacten berichten zijn gestuurd, waarin stond dat seks met ‘ [bijnaam slachtoffer 1] ’ mogelijk was. Ook strookt de werkwijze met overige bevindingen in het dossier: in november 2022 hebben [verdachte] en [slachtoffer 3] ook contact gezocht met [slachtoffer 1] met de vraag of zij naar hun woning wilde komen met het kennelijke doel om weer geld te verdienen met sekswerk.
In dit verband wil de rechtbank niet onvermeld laten dat uit het dossier duidelijk naar voren komt dat [verdachte] – om aan geld en drugs te kunnen komen – bijzonder manipulatief gedrag vertoonde. Meerdere betrokkenen verklaren dat [verdachte] op hen inpraatte om zijn zin te krijgen. [verdachte] was hier bedreven in. Zo verklaarde [naam 4] dat [verdachte] ‘nog een grasmaaier op vijf hoog kan verkopen’ en [slachtoffer 5] heeft verklaard dat [verdachte] haar om zijn vinger had gewonden en haar – door haar om te praten – kon beletten weg te gaan. Tijdens zijn verklaring bij de politie heeft [verdachte] erkend dat hij door drugs manipulatief gedrag vertoont. Hij heeft ter terechtzitting verklaard dat hij veelvuldig heeft gelogen en bedrogen – ook ten aanzien van naaste familie – om aan geld en drugs te kunnen komen.
Vrijspraak geweld en dreiging met geweld
De rechtbank acht niet bewezen dat [verdachte] [slachtoffer 1] heeft gedwongen of bewogen sekswerk te verrichten door gebruik te maken van geweld of dreiging met geweld.
[slachtoffer 1] heeft meerdere keren verklaard dat [verdachte] haar heeft mishandeld. [verdachte] heeft dit stellig en consistent betwist. Voor de verklaringen van [slachtoffer 1] ziet de rechtbank onvoldoende steunbewijs. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij door [verdachte] in Hoofddorp is geslagen. Zij heeft ook gezegd dat ‘de andere twee meiden’ ook werden geslagen. [slachtoffer 1] noemt de namen niet, maar de rechtbank gaat ervan uit dat hiermee [slachtoffer 5] en [slachtoffer 3] worden bedoeld. Door [slachtoffer 5] en [slachtoffer 3] wordt echter verklaard dat er geen geweld tegen hen is gebruikt; ook hebben ze niet verklaard dat ze geweld ten opzichte van [slachtoffer 1] hebben gezien. Steun voor de verklaring van [slachtoffer 1] zou gevonden kunnen worden in de verklaring van [naam 3] . Hij heeft verklaard dat hij [slachtoffer 1] huilend en trillend had opgehaald bij [verdachte] . Hij heeft echter zelf geen geweld gezien, waardoor de verklaring van [naam 3] – in het licht van het voorgaande – onvoldoende is om tot een bewezenverklaring van de dwangmiddelen ‘geweld’ en ‘dreiging met geweld’ te komen.
Op 5 april 2022 heeft [slachtoffer 1] bij de politie verklaard dat zij is geslagen door [verdachte] . Zij heeft verklaard dat zij op 2 april 2022 naar [verdachte] toe is gegaan en dat [verdachte] haar dat weekend pijn heeft gedaan. Zij heeft de politie bloeduitstortingen op haar bovenbenen laten zien. Op de onder [slachtoffer 1] in beslag genomen telefoon is een drietal foto’s aangetroffen van een lichaamsdeel (vermoedelijk een been) waarop een verkleuring van de huid te zien is; aannemelijk is dat het om een bloeduitstorting gaat. Er bestaat echter te veel onduidelijkheid over de herkomst van deze foto’s. In het dossier is verwoord dat de afbeeldingen met het letsel ‘eind maart’ zijn aangemaakt of op die telefoon zijn gezet. Daarmee hebben de foto’s een aanmaakdatum voorafgaand aan de door [slachtoffer 1] gestelde mishandeling en zijn de foto’s om die reden al niet geschikt om als steunbewijs te gebruiken.
Verder is in de onder [slachtoffer 1] in beslag genomen telefoon een chatconversatie met ene ‘ [naam 8] ’ aangetroffen. [slachtoffer 1] stuurt [naam 8] op 15 mei 2022 berichten met de strekking dat zij drie weken geleden (de rechtbank begrijpt: eind april 2022) is mishandeld door haar ouwe pooier, genaamd [slachtoffer 4] en zij deelt daarbij een afbeelding van een lichaamsdeel (vermoedelijk een been) waarop een verkleuring van de huid te zien is. Deze foto, die uitvergroot in het dossier zit, lijkt overeen te komen met de drie hiervoor genoemde foto’s.
De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van [slachtoffer 1] over door [verdachte] toegebracht letsel, het moment waarop dat zou hebben plaatsgevonden en de aanmaakdatum van de in haar telefoon aangetroffen foto’s, te veel vragen oproepen.
De rechtbank komt gelet op het voorgaande tot de conclusie dat onvoldoende bewijs voorhanden is voor het gebruik van geweld.
(Oogmerk van) uitbuiting
De positie van [slachtoffer 1] was niet die van een mondige prostituee, die zelf bepaalt onder welke omstandigheden zij werkt, welke klanten en handelingen zij wel en niet accepteert en die zelf de beschikking heeft over haar verdiensten.
[slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij geconfronteerd werd met klanten met wie zonder haar medeweten vergaande seksuele handelingen waren besproken. Deze verklaring vindt meer dan voldoende steun in het dossier. In de seksadvertenties die voor [slachtoffer 1] werden gemaakt, werden deze vergaande seksuele handelingen aangeboden. Overeenkomstig de verklaring van [slachtoffer 1] , heeft ook [slachtoffer 3] verklaard dat [verdachte] deze handelingen als mogelijkheden in de advertenties presenteerde om zoveel mogelijk klanten te lokken. De rechtbank kan niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat [slachtoffer 1] vervolgens daadwerkelijk deze extreme seksuele handelingen moest verrichten. Daarbij weegt de rechtbank mee dat andere betrokkenen die sekswerk hebben verricht, verklaren dat ze die handelingen uiteindelijk niet deden, ook al vroeg de klant daar om. Het gaat om verklaringen van zowel [slachtoffer 5] , [slachtoffer 2] als [slachtoffer 3] . Het staat echter wel vast dat [verdachte] [slachtoffer 1] aan vergaande verwachtingen van klanten – met nare situaties tot gevolg – heeft blootgesteld.
Daarnaast blijkt uit het dossier dat de hygiënische omstandigheden slecht waren. [slachtoffer 1] heeft verklaard over een ‘ranzige’ omgeving met ongedierte. Deze verklaring wordt ondersteund door bevindingen in het dossier. Bij de prostitutiecontrole van augustus 2021 in Hoofddorp lagen uitwerpselen op de vloer van de woning. Toen [slachtoffer 1] werd aangetroffen in de [straatnaam 2] in augustus 2022 constateerden de verbalisanten dat sprake was van een zwaar vervuilde woning met rommel, etensresten en peuken. [slachtoffer 1] liep op blote voeten op een zwaar vervuilde vloer waar hondendrollen lagen. [slachtoffer 1] droeg een blonde pruik die vol met klitten zat en een deel van haar nepnagels was afgebroken.
De rechtbank stelt verder op basis van het dossier vast dat [slachtoffer 1] , terwijl zij dat niet wilde, veel en lang moest werken. De verklaringen van [slachtoffer 1] vinden steun in de verklaringen van [slachtoffer 5] . Zij heeft verklaard dat alle klanten voor [slachtoffer 1] kwamen, [slachtoffer 1] non-stop werkte, helemaal op was en een zenuwinzinking kreeg. Hoewel [slachtoffer 1] volgens [slachtoffer 5] op sommige momenten het werk leek te willen doen, was het op andere momenten heel duidelijk dat dat niet het geval was. [slachtoffer 1] werd op die momenten emotioneel en gaf aan niet meer door te willen gaan. [slachtoffer 5] heeft verklaard dat [slachtoffer 1] door [verdachte] en door [naam 3] werd aangemoedigd om toch door te gaan met werken. [verdachte] had volgens [slachtoffer 5] geen boodschap aan [slachtoffer 1] wanneer zij aangaf niet meer te willen werken. Ondersteunend voor de verklaringen van [slachtoffer 1] zijn verder de reeds benoemde videobeelden die zijn aangetroffen. Het gaat om meer dan 20 pogingen om een filmpje op te nemen met [slachtoffer 1] ; ten aanzien van deze beelden is geverbaliseerd dat [slachtoffer 1] warrig en vermoeiend overkomt. Zij komt niet uit haar woorden. Dat onder die omstandigheden toch werd geprobeerd om beeldopnames te maken, is veelzeggend en illustratief voor het overschrijden van de grenzen van [slachtoffer 1] . Verder is op basis van het dossier aannemelijk dat [verdachte] aan televisieoptredens van [slachtoffer 1] (als ‘ [bijnaam slachtoffer 1] ’) refereerde om zoveel mogelijk klanten te werven.
Tot slot staat het naar het oordeel van de rechtbank vast dat [slachtoffer 1] niet de beschikking had over haar verdiensten. De klanten betaalden voor sekswerk, maar het geld werd afgestaan aan met name [verdachte] . [slachtoffer 1] kreeg het geld ook daarna niet, zodat zij niet zelf kon bepalen wat zij met het door haar verdiende geld deed. Dat [slachtoffer 1] het geld moest afstaan, vindt ondersteuning in de verklaring van [slachtoffer 5] . Zij heeft verklaard dat al het geld naar [verdachte] ging en [slachtoffer 1] alleen drugs kreeg en geen geld.
Op basis van al hetgeen hierboven is overwogen kan worden vastgesteld dat sprake was van een uitbuitingssituatie. Het oogmerk van uitbuiting kan onder die omstandigheden worden verondersteld.
Voordeel trekken
Zoals hiervoor is overwogen, stond [slachtoffer 1] het geld dat een klant aan haar betaalde af aan [verdachte] . Dat dit een juiste voorstelling van zaken was, wordt onder meer bevestigd door een bericht van 11 juli 2022, waarin [slachtoffer 1] aan [verdachte] laat weten dat zij wel wat aan het werk wil overhouden en niet steeds met lege handen de deur uit wil gaan. [verdachte] heeft ter terechtzitting de gang van zaken – waarbij het geld dat de klant aan de prostituee overhandigde aan hem werd afgestaan – onderschreven. Daarmee beschikte [verdachte] over het geld dat werd verdiend.
[verdachte] heeft verder over zijn betrokkenheid bij de prostitutie verklaard dat hij er zelf ‘ook iets aan over wilde houden’. [slachtoffer 3] heeft verklaard dat er met [slachtoffer 1] volgens [verdachte] een hoop geld kon worden verdiend; hij had het over [slachtoffer 1] als een ‘goudmijntje’.
Dat [verdachte] geld aan [slachtoffer 1] wilde verdienen, kan ook worden afgeleid uit zijn handelen. [verdachte] heeft naar tientallen contacten een bericht gestuurd waarin stond dat seks met ‘ [bijnaam slachtoffer 1] ’ mogelijk was. Dat kan niet anders worden begrepen dan dat [verdachte] klanten wilde werven om op die manier geld te verdienen aan [slachtoffer 1] .
Dat [verdachte] daadwerkelijk geld heeft verdiend, blijkt uit het feit dat hij in staat was om drugs te kopen en substantiële bedragen naar zijn zoon over te maken.
De verdediging heeft in dit verband aangevoerd dat [slachtoffer 1] en andere aanwezigen heel veel drugs gebruikten. Dat roept de vraag op hoeveel [verdachte] dan heeft overgehouden aan het verrichte sekswerk. Dat er grote hoeveelheden drugs werden gekocht en gebruikt, neemt de rechtbank als vaststaand aan. Dat in ieder geval een substantieel deel van de verdiensten daaraan is besteed, is aannemelijk. Dat laat echter onverlet dat [verdachte] – zoals hij zelf ook bij de politie en ter terechtzitting heeft verklaard – heeft geprofiteerd van de situatie door verdovende middelen te gebruiken die gekocht waren van het geld dat de slachtoffers hadden verdiend. Of [verdachte] het geld nu besteedde aan luxegoederen of aan drugs, maakt in zoverre geen verschil. Dat [slachtoffer 1] zelf meer drugs heeft gebruikt dan er werd verdiend, waardoor [verdachte] per saldo geen voordeel genoot, wordt naar het oordeel van de rechtbank weersproken door de gebruikte bewijsmiddelen. Zoals vermeld was [verdachte] in staat om ook drugs voor zichzelf en anderen te kopen en kon hij daarnaast substantiële bedragen aan zijn zoon geven. Ook blijkt duidelijk uit het dossier dat [verdachte] op meerdere momenten toenadering zocht tot [slachtoffer 1] met het overduidelijke doel om haar weer sekswerk te laten verrichten. Niet valt in te zien waarom [verdachte] dat zou doen als [slachtoffer 1] hem meer geld zou kosten dan zij hem zou opleveren.
Handelingen
De rechtbank acht ten aanzien van de ten laste gelegde handelingen bewezen dat hij [slachtoffer 1] heeft geworven, vervoerd, overgebracht, en gehuisvest.
De rechtbank overweegt tot slot dat tijdens het proces meerdere malen naar voren is gekomen dat [slachtoffer 1] (ook) vrijwillig prostitutiewerk verrichtte of uit eigen beweging naar [verdachte] is gegaan. De rechtbank ziet, zoals is aangevoerd vanuit de verdediging, in het dossier enige steun voor de stelling dat [slachtoffer 1] ook zelf akkoord ging met sekswerk en dat er momenten zijn geweest waarop [slachtoffer 1] het sekswerk tot op zekere hoogte vrijwillig verrichtte. Dit blijkt bijvoorbeeld uit haar bericht van juli 2022 waaruit kan worden afgeleid dat zij ervoor open staat om weer met [verdachte] in zee te gaan en sekswerk te gaan verrichten. Ook [slachtoffer 5] heeft over de eerdere periode in Hoofddorp verklaard dat [slachtoffer 1] het werk soms vrijwillig deed. [slachtoffer 5] heeft daarover verklaard dat [slachtoffer 1] wel eens heeft gevraagd ‘waar blijven de klanten dan, heb je nog steeds niks geregeld?’.
De rechtbank stelt in dit verband voorop dat voor het bewijs van misbruik in de zin van artikel 273f Sr geen verdergaand initiatief en actief handelen van de verdachte is vereist dan tot uitdrukking is gebracht in de termen die in de wet staan en hiervoor zijn genoemd (in dit geval: werven, vervoeren, overbrengen en huisvesten). Ook heeft de Hoge Raad overwogen dat niet is vereist dat het initiatief van de verdachte is uitgegaan en ook is niet vereist dat het slachtoffer door de verdachte in die uitbuitingssituatie is gebracht.
Nog daargelaten dat het initiatief op basis van het dossier wel degelijk meerdere keren bij [verdachte] lag door contact met [slachtoffer 1] op te nemen, staat het bestaan van de omgekeerde situatie, waarbij [slachtoffer 1] het initiatief heeft genomen, niet in de weg aan een bewezenverklaring. En dat [slachtoffer 1] het werk óók vrijwillig heeft gedaan, wil vanzelfsprekend niet zeggen dat dit steeds het geval is geweest. Dat dit niet zo was, blijkt genoegzaam uit het dossier.
Eveneens is ter terechtzitting geregeld benoemd dat [slachtoffer 1] vaker prostitutiewerk verricht(te). In dat kader is vaak gewezen op videobeelden waarop te zien en te horen is dat [slachtoffer 1] met [naam 4] op weg is naar een klant. Dat [slachtoffer 1] ook op andere momenten (voor, na, maar ook tijdens de ten laste gelegde periode) prostitutiewerk heeft verricht, staat aan een bewezenverklaring voor mensenhandel echter niet in de weg. In dat verband wijst de rechtbank op overwegingen van de Hoge Raad, die erop neerkomen dat de omstandigheid dat het slachtoffer al eerder of op andere plaatsen prostitutiewerk heeft verricht, geen aanwijzing hoeft te zijn voor het ontbreken van een uitbuitingssituatie. Dat laatste geldt naar het oordeel van de rechtbank eveneens in het geval van [slachtoffer 1] .
Het vorenstaande, aangaande het initiatief en de vrijwilligheid aan de zijde van [slachtoffer 1] , staan dus niet in de weg aan een bewezenverklaring. Uiteraard betrekt de rechtbank de bevindingen wel bij de strafmaat.
Periode
Voor wat betreft de periode waarin [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde, overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank gaat op basis van de verklaring van [slachtoffer 1] dat zij na haar verjaardag (die valt op 28 juli) met [naam 3] naar de [straatnaam 1] ging en op basis van het bericht van [verdachte] naar ‘ [bijnaam 3] ’ van 1 augustus 2021, waarin [verdachte] aangeeft dat [slachtoffer 1] in Hoofddorp zit, uit van 1 augustus 2021 als beginmoment. Voor wat betreft het einde van de bewezen verklaarde periode gaat de rechtbank uit van 12 augustus 2022, zijnde de datum waarop de in de telefoon van [verdachte] aangetroffen verificatiefoto van [slachtoffer 1] met een krant in haar handen, is gemaakt. De rechtbank gaat er op basis van de bewijsmiddelen van uit dat [verdachte] niet gedurende de gehele periode van 1 augustus 2021 tot en met 12 augustus 2022 zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel met betrekking tot [slachtoffer 1] en zal dit gegeven meenemen in de straftoemeting.
4.6.3 Deelonderzoek Havikuil; [slachtoffer 2] (dagvaarding 1, feit 2)
Inleiding
De rechtbank is van oordeel dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van [slachtoffer 2] . Op basis van de bewijsmiddelen is de rechtbank ervan overtuigd dat [slachtoffer 2] door [verdachte] en de medeverdachten werd uitgebuit. [slachtoffer 2] heeft sekswerk verricht onder omstandigheden die een grote inbreuk op haar persoonlijke vrijheid en lichamelijke en geestelijke integriteit betekenden.
Zoals hierna wordt besproken, gaat het om misbruik van de zeer kwetsbare positie van [slachtoffer 2] en misbruik van het uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht dat [verdachte] op [slachtoffer 2] had. Dit heeft erin geresulteerd dat [verdachte] en zijn medeverdachten zich ten koste van [slachtoffer 2] hebben bevoordeeld. Anders dan de verdediging heeft betoogd, acht de rechtbank ook bewezen dat [verdachte] [slachtoffer 2] heeft misleid en heeft gedwongen tot prostitutie door geweld en door dreiging met geweld.
Dwangmiddelen
Misbruik van kwetsbare positie Uit het dossier komt [slachtoffer 2] naar voren als een kwetsbare vrouw. Zo blijkt uit politiemutaties dat zij in de jaren voorafgaand aan 2021 in instellingen heeft verbleven vanwege haar beperkte verstandelijke vermogens en behandelingen heeft ondergaan vanwege haar verslavingsproblematiek. Er waren zorgen over haar drugsgebruik, haar omgang met mannen en haar beïnvloedbaarheid.
Dat [verdachte] wetenschap had van de kwetsbare positie waarin [slachtoffer 2] verkeerde, staat buiten kijf. Zo heeft [verdachte] verklaard dat [slachtoffer 2] ernstig verslaafd was aan heroïne en cocaïne (‘Als ze het niet had, dan was het huis te klein. Dan was er echt een probleem’). De chatgesprekken die zijn aangetroffen op de telefoon die bij [verdachte] en [slachtoffer 3] in gebruik was, bevestigen de ernst van de verslaving van [slachtoffer 2] . In de periode mei/juni 2022, wanneer [slachtoffer 2] met haar toenmalige partner [slachtoffer 4] (hierna: [slachtoffer 4] ) bij [verdachte] verblijft, vraagt zij [verdachte] veelvuldig en op smekende wijze om drugs (‘ [voornaam] mag ik alsjeblieft beetje koffie van jou voor klein plofje ik voel mij echt niet lekker trillen en sheken…!! IK VOEL ME ECHT NIET LEKKER’). Ook wist [verdachte] dat [slachtoffer 2] geen woonruimte had toen zij in het voorjaar van 2022 met [slachtoffer 4] bij hem aanklopte voor onderdak.
Evenmin is in geschil dat [verdachte] misbruik heeft gemaakt van de kwetsbare positie van [slachtoffer 2] . Hij heeft de zwaar verslaafde [slachtoffer 2] opgenomen in zijn woning en haar sekswerk laten verrichten in ruil voor onderdak en drugs. Dat [slachtoffer 2] in het voorjaar van 2022 zelf heeft besloten om, met [slachtoffer 4] , terug te gaan naar [verdachte] , maakt dat niet anders. Zoals volgt uit de verklaring van [slachtoffer 4] was dat besluit ingegeven door de afhankelijkheid van heroïne (‘We waren ziek van de bruin, omdat we die niet hadden. Toen zei [slachtoffer 2] dat we naar [slachtoffer 4] toe konden gaan. Ze zei dat hij sowieso drugs heeft. Als je ziek bent dan wil je gebruiken.’) en het gebrek aan woonruimte. [slachtoffer 2] heeft deze verklaring bevestigd in het getuigenverhoor van 19 maart 2025.
Misbruik van overwicht
Daarnaast had [verdachte] ook overwicht op [slachtoffer 2] . Los van het hiervoor besproken overwicht dat [verdachte] had op [slachtoffer 2] vanwege beschikbare drugs en woonruimte, volgt uit de verklaringen van [slachtoffer 2] dat zij bang was voor [verdachte] vanwege zijn fysieke voorkomen en zijn heftige gedrag. Zij benoemt dat [verdachte] ‘de baas’ is, hij kickbokser is, dat hij heftig naar haar reageerde, boos was en schreeuwde. Zoals volgt uit de bewijsmiddelen en zoals ook al is overwogen in het kader van de uitbuiting van [slachtoffer 1] , komt [verdachte] in het dossier naar voren als een agressieve en intimiderende man. Illustrerend in dit verband is een telefoongesprek van 25 september 2021 waarin [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) [naam 5] , een ex-partner van [slachtoffer 2] , langdurig onder druk zetten en dreigen met geweld, omdat [naam 5] drugs heeft gekocht voor [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] die bij hem waren met volgens [verdachte] en [medeverdachte] ‘gepikt’ geld. Dat [verdachte] heftig reageerde op [slachtoffer 2] , vindt bovendien steun in een getapt telefoongesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte] , waarin [verdachte] over [slachtoffer 2] zegt: ‘Breng die kankerhoer ergens heen want ik sla der kankertanden eruit, snap je. Echt waar’.
Dat [slachtoffer 2] bang was voor [verdachte] blijkt onder meer uit een gebeurtenis op 2 oktober 2021. [slachtoffer 2] heeft daarover verklaard dat zij een keer zelf ‘handel’ (de rechtbank begrijpt: drugs) had gekocht bij dealer [naam 6] nadat zij een klant had gehad. Zij deed dit stiekem terwijl [verdachte] en [medeverdachte] lagen te slapen. Zij vroeg dealer [naam 6] om snel te komen en wachtte hem buiten op omdat zij bang was voor [verdachte] en [medeverdachte] . Deze verklaring van [slachtoffer 2] wordt ondersteund door meerdere tapgesprekken, onder meer tussen haar en dealer [naam 6] . Ook heeft [slachtoffer 2] verklaard dat zij [verdachte] anderen heeft zien slaan. Zij verklaart specifiek over een incident waarbij [verdachte] ‘ [naam 9] ’ bewusteloos heeft geslagen vanwege een ruzie. [verdachte] heeft bekend ‘ [naam 9] ’ te hebben geslagen en deze verklaring van [slachtoffer 2] vindt ook elders in het dossier steun.
Dat [verdachte] misbruik heeft gemaakt van zijn overwicht op [slachtoffer 2] door een sfeer van angst en intimidatie te creëren, hetgeen dienstig was aan de seksuele uitbuiting van [slachtoffer 2] , staat naar het oordeel van de rechtbank vast.
Dwang, geweld en dreiging met geweld
Door [slachtoffer 2] is verder verklaard dat zij zelf door [verdachte] is geslagen. Door de verdediging is betoogd dat dit niet met de vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld. Hierover overweegt de rechtbank het volgende.
[slachtoffer 2] heeft verklaard over specifieke incidenten waarbij zij door [verdachte] is geslagen. Zo verklaart zij dat zij in de [straatnaam 1] door [verdachte] is geslagen, nadat ‘ [bijnaam 4] ’ tegen [verdachte] had gezegd dat [slachtoffer 2] een klant had gehad en geld had verdiend en zij [verdachte] dit niet had gemeld. [slachtoffer 2] verklaart dat [verdachte] dit geloofde en zij klappen kreeg op haar gezicht en haar hele lichaam. Ook verklaart zij dat [slachtoffer 4] toen is geslagen door [verdachte] . De verklaring van [slachtoffer 2] wordt ondersteund door [slachtoffer 4] die ook verklaart dat [slachtoffer 2] en hij klappen hebben gekregen van [verdachte] vanwege een incident met ‘Moes vinger’. Verder vindt de rechtbank ondersteuning voor de verklaring van [slachtoffer 2] in een tekstbericht dat is aangetroffen op de telefoon die bij [verdachte] en [slachtoffer 3] in gebruik was. Uit het volgens [slachtoffer 4] door hem aan [verdachte] gestuurde bericht volgt, dat [verdachte] [slachtoffer 4] (en [slachtoffer 2] ) heeft aangesproken naar aanleiding van een klant en geld dat zou zijn weggenomen en dat [slachtoffer 4] (en [slachtoffer 2] ) daar erg door zijn geraakt. Verder heeft [slachtoffer 2] verklaard over een incident in de [straatnaam 2] waarbij [verdachte] haar en [slachtoffer 4] had geslagen, omdat ze in het bed van [slachtoffer 3] en [verdachte] hadden geslapen. [slachtoffer 2] verklaart dat er overal bloed was. Ook [slachtoffer 4] verklaart over een geweldsincident dat plaatsvond in de [straatnaam 2] waarbij [verdachte] hem zo hard had geslagen dat er bloed uit zijn neus kwam.
Daarnaast heeft [slachtoffer 3] in het studioverhoor verklaard dat zij ‘één keer of twee keer’ heeft gezien dat [verdachte] [slachtoffer 2] ‘met de platte hand’ heeft geslagen, omdat [slachtoffer 2] maar doorging met stelen. Ook [slachtoffer 4] heeft in zijn verhoor bij de rechter-commissaris verklaard dat hij heeft gezien dat [verdachte] [slachtoffer 2] ‘met een platte hand in haar gezicht’ sloeg. Dat [slachtoffer 2] dingen stal om aan geld te komen, wordt door haarzelf bevestigd.
Hoewel [verdachte] in zijn verhoren steeds nadrukkelijk heeft ontkend [slachtoffer 2] te hebben geslagen, is hij daar ter terechtzitting minder stellig over. Hij verklaart 2 à 3 keer ‘echt woest’ op [slachtoffer 2] te zijn geweest, maar dat hij haar heeft geslagen, kan hij zich niet herinneren. Als hij haar wel een tik heeft gegeven, dan schaamt hij zich daarvoor, aldus [verdachte] .
Uit het voorgaande volgt dat de verklaringen van [slachtoffer 2] dat [verdachte] meerdere keren geweld tegen haar heeft gebruikt, bevestiging vinden in andere bronnen dan [slachtoffer 2] . Dat hoogstens sprake is geweest van een enkele tik (zoals [verdachte] heeft verklaard) of een draai om de oren (zoals de verdediging heeft betoogd), volgt de rechtbank dan ook niet. De dwangmiddelen dwang, geweld en dreiging met geweld kunnen dan ook wettig en overtuigend worden bewezen. Dat daarmee een sfeer van angst en intimidatie werd gecreëerd die dienstig was aan de seksuele uitbuiting van [slachtoffer 2] , staat naar het oordeel van de rechtbank ook vast. Wel constateert de rechtbank met de verdediging dat het door [medeverdachte] uitgeoefende geweld jegens [slachtoffer 2] frequenter en gewelddadiger van aard was en meer op zichzelf stond. De rechtbank zal daarmee rekening houden bij het bepalen van de strafmaat.
Misleiding Anders dan de verdediging acht de rechtbank ook bewezen dat [verdachte] [slachtoffer 2] heeft misleid met het doel om haar sekswerk te laten verrichten. [slachtoffer 2] heeft daarover verklaard dat [verdachte] haar vroeg een account (de rechtbank begrijpt: op een sekssite) aan te maken en dat zij verder niets hoefde te doen. Vervolgens vroeg hij haar de telefoon op te nemen als er op de advertentie werd gebeld. En tenslotte vroeg hij haar om ‘gewoon deze klant alleen maar’ te pakken. Zij mocht het geld dan houden. Uiteindelijk verklaart [slachtoffer 2] dat zij vaker en vaker klanten moest aannemen en zij van het door haar verdiende geld niets terug zag. Ondersteuning voor de verklaring van [slachtoffer 2] ziet de rechtbank in het eerder vastgestelde manipulatieve gedrag van [verdachte] . Ook is van belang dat [slachtoffer 5] heeft verklaard over een soortgelijke handelswijze van [verdachte] . Zij moest een profiel van [verdachte] aanmaken, daar foto’s van [slachtoffer 1] tussen zetten en toen heeft hij haar overgehaald om in te vallen toen [slachtoffer 1] niet meer werkte. Zij kon daar geen nee op zeggen, omdat zij het zielig vond. Dat [verdachte] dergelijke misleidende uitlatingen deed over het alleen aanmaken van een account, vindt ten slotte steun in een door [verdachte] verstuurd Facebook-bericht, dat is aangetroffen in een telefoon die in gebruik was bij [verdachte] en [slachtoffer 3] . De tekst daarvan luidt: 'Ze hoef niet op kinky aleen account aanmake’.
Dat uit het dossier aanwijzingen blijken dat [slachtoffer 2] zich in het verleden ook heeft beziggehouden met sekswerk, doet aan het voorgaande niet af. Daaruit volgt immers niet dat [slachtoffer 2] niet misleid kan zijn met betrekking tot het doel van het aanmaken van het account.
Vrijspraak overige dwangmiddelen Van de in de tenlastelegging opgenomen dwangmiddelen afpersing en fraude zal de rechtbank [verdachte] , conform de standpunten van de officieren van justitie en de verdediging, vrijspreken, omdat er geen aanwijzingen zijn dat deze dwangmiddelen door [verdachte] en de medeverdachten zijn ingezet.
(Oogmerk van) uitbuiting
Ook ten aanzien van [slachtoffer 2] overweegt de rechtbank dat haar positie niet die van een mondige prostituee was, die zelf bepaalt onder welke omstandigheden zij werkt, welke klanten en handelingen zij wel en niet accepteert en die zelf de beschikking heeft over haar verdiensten.
Zo heeft [slachtoffer 2] verklaard dat zij altijd moest werken, ook als zij een dag niet wilde of ongesteld was. Dit laatste wordt ondersteund door een geluidsfragment van een klantcontact dat is aangetroffen op de onder [slachtoffer 2] in beslag genomen telefoon. In het fragment zegt [slachtoffer 2] tegen een klant dat zij ongesteld is, waarna de klant niet meer verder wil. Verderop in het fragment is te horen dat [slachtoffer 3] aan [slachtoffer 2] vraagt waarom zij tegen de klant heeft gezegd dat zij ongesteld is en dat zij toch ‘een spons in moet doen’. Uit het fragment volgt verder dat [verdachte] en [slachtoffer 3] zich met de (financiële) afwikkeling van deze afspraak hebben beziggehouden. Dat [slachtoffer 2] niet altijd wilde werken, blijkt ook uit de omstandigheid dat zij meerdere keren heeft verklaard dat zij snel haar werk wilde doen, om – zo begrijpt de rechtbank – ervan af te zijn. ‘Zo snel mogelijk mijn werk doen, zo snel mogelijk en dan sodemieter op’, aldus [slachtoffer 2] .
[slachtoffer 2] heeft ook verklaard dat zij bepaalde seksuele handelingen niet wilde verrichten, zoals seks zonder condoom, maar daar wel mee werd geadverteerd. Dit wordt ondersteund door de advertenties van ‘ [bijnaam 1] ’ en ‘ [bijnaam 2] ’, namen waaronder [slachtoffer 2] heeft gewerkt, op de sekssite Kinky.nl. In die advertenties wordt met veel verschillende (extreme) seksuele handelingen geadverteerd, waaronder seks zonder condoom. In verschillende op de telefoon van [slachtoffer 2] aangetroffen geluidsfragmenten van klantcontacten is te horen dat [slachtoffer 2] aangeeft geen seks zonder condoom te willen. In één van de geluidsfragmenten zegt de klant, nadat [slachtoffer 2] dit heeft gemeld, dat in de advertentie staat dat ‘alles zonder’ is, waarop [slachtoffer 2] antwoordt dat dat niet haar advertentie is. Ter terechtzitting heeft [verdachte] ten aanzien van seksadvertenties voor [slachtoffer 3] verklaard dat bij het aanmaken van de seksadvertenties alle seksuele handelingen werden aangevinkt, zodat zoveel mogelijk klanten kwamen. Dat dit het beoogde effect had, blijkt wel uit een verklaring van een klant over de advertentie waar hij op had gereageerd: ‘Er waren best wel veel extra diensten die andere prostituees niet doen. Je kon bijna alles’. Hoewel de rechtbank niet kan vaststellen dat uitsluitend [verdachte] bepaalde met welke handelingen er werd geadverteerd, blijkt uit het dossier wel dat [verdachte] daarbij een flinke vinger in de pap had. Zo heeft [slachtoffer 3] verklaard dat als [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] niet zelf de advertenties opstelden, [verdachte] dat deed. Ook blijkt uit een chatgesprek tussen [verdachte] en [slachtoffer 2] , waarbij [slachtoffer 2] vraagt om de inloggegevens van het account van ‘ [bijnaam 1] ’, dat [verdachte] de toegang tot dat account beheerde.
Uit het dossier volgt verder dat [verdachte] afspraken regelde met klanten en dat hij daarbij besprak welke seksuele handelingen zouden worden verricht, tegen welke prijs en voor welke duur, terwijl niet is gebleken dat [slachtoffer 2] daarin werd gekend. Zo bevat het dossier sms-contact tussen [verdachte] en een klant over ‘ [bijnaam 2] ’ (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] ), waarin [verdachte] bevestigend antwoordt als de klant vraagt of [bijnaam 2] ‘een gehoorzaam lusthoertje is die alles doet wat ik zeg behalve anaal?’ en of het “ok is als hij blinddoek en handboeien bij haar omdoet en zij gedurende twee uur lang alles doet wat hij zegt”. [verdachte] antwoordt daarop: ‘Ja, is allemaal goed. Kom’.
Net als bij [slachtoffer 1] kan de rechtbank niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat [slachtoffer 2] vervolgens daadwerkelijk seks zonder condoom of andere door haar niet gewilde seksuele handelingen moest verrichten. Uit de verklaring van [slachtoffer 2] , maar ook die van [slachtoffer 5] en [slachtoffer 3] , blijkt namelijk dat ze die handelingen uiteindelijk niet deden, ook al vroeg de klant daar om. Het staat echter wel vast dat [verdachte] en de medeverdachte(n) [slachtoffer 2] aan vergaande verwachtingen van klanten – met nare situaties tot gevolg – hebben blootgesteld.
Hoewel [slachtoffer 2] wisselend heeft verklaard over het aantal klanten dat zij per dag had, blijkt uit haar verklaringen wel dat de frequentie aanzienlijk was, vooral in de weekenden wanneer het druk was. Dit wordt ondersteund door getapte telefoongesprekken tussen [verdachte] , [medeverdachte] en [slachtoffer 3] in de periode eind september/begin oktober 2021 waaruit blijkt dat er veel klanten voor [slachtoffer 2] waren. Uit die gesprekken, evenals uit de verklaringen van [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [verdachte] , blijkt bovendien dat [slachtoffer 2] zowel thuiswerk deed als escorts. Illustratief voor de hoeveelheid werk in die periode is een gesprek op 23 september 2021, waarin [verdachte] tegen [medeverdachte] zegt dat het ‘echt druk is’ en ‘de telefoon blijft gaan’, waarna [medeverdachte] zegt dat er een klant is voor [slachtoffer 2] . [slachtoffer 3] verklaart dat [verdachte] zoveel mogelijk klanten voor haar en [slachtoffer 2] liet komen en dan viel er altijd wel een af, maar soms stonden ze te wachten voor de deur in een rij, aldus [slachtoffer 3] . Dat de bedoeling was dat er veel werd gewerkt, volgt ook wel uit de omstandigheid dat ‘ [bijnaam 1] ’ en ‘ [bijnaam 2] ’ blijkens voornoemde advertenties nagenoeg de hele week beschikbaar waren voor sekswerk.
De rechtbank stelt verder op basis van het dossier vast dat de omstandigheden waaronder [slachtoffer 2] moest werken, slecht waren. Verwezen wordt naar hetgeen over de hygiëne in de verschillende panden is overwogen ten aanzien van [slachtoffer 1] . Met betrekking tot [slachtoffer 2] acht de rechtbank verder van belang dat uit het dossier blijkt dat [slachtoffer 2] zwanger was en een miskraam heeft gehad in de periode dat zij met [slachtoffer 4] bij [verdachte] en [slachtoffer 3] op de [straatnaam 1] en de [straatnaam 2] verbleef. [slachtoffer 2] heeft daar zelf over verklaard en in een opgenomen klantcontact is te horen dat zij tijdens een seksafspraak tegen een klant zegt dat hij haar pijn doet en dat zij in verwachting is. Ook [slachtoffer 3] verklaart over [slachtoffer 2] die met haar dikke buik nog steeds aan de heroïne zat. Uit een tekstbericht tussen [verdachte] en [slachtoffer 2] blijkt dat [slachtoffer 2] aangeeft naar de spoedeisende hulp te willen omdat zij pijn heeft aan haar baarmoeder en onderrug. Zij zegt dat dit mogelijk te maken heeft met haar miskraam of met ongesteldheid. Zij zegt ‘na die klant pas’ te gaan. [verdachte] zegt ‘oke is goed’. Ook is [slachtoffer 2] in die periode op initiatief van Brijder uit de [straatnaam 1] opgehaald en meegegaan voor een beoordeling van haar gezondheid, omdat zij volgens de informatie van Brijder ‘zwanger en verslaafd’ was. Zowel [verdachte] als [slachtoffer 3] waren op dat moment in de woning aanwezig. Hieruit blijkt dat [verdachte] en [slachtoffer 3] wisten van de gezondheidssituatie van [slachtoffer 2] , maar ze toch toestonden dat [slachtoffer 2] ondanks die omstandigheden werkte. Kennelijk vonden ze de inkomsten die [slachtoffer 2] genereerde belangrijker dan haar gezondheid.
Tot slot staat het naar het oordeel van de rechtbank vast dat [slachtoffer 2] , net als [slachtoffer 1] , niet zelf kon bepalen wat zij met het door haar verdiende geld deed, maar dat zij haar verdiensten moest afstaan aan [verdachte] of aan één van de medeverdachten. Illustratief in dit verband is een (eerdergenoemd) geluidsfragment, aangetroffen op [slachtoffer 2] ’s telefoon, waarin [slachtoffer 2] een klant om extra geld vraagt en uitlegt dat zij 50 euro aan ‘de eigenaar’ moet betalen, dus als zij 50 euro krijgt, zij niets heeft. [slachtoffer 2] ’s verklaringen hierover worden verder ondersteund door de verklaringen van [slachtoffer 5] en [slachtoffer 1] , waaruit ook blijkt dat ze het door hen verdiende geld moesten afstaan aan [verdachte] of een medeverdachte en daar niets van terug zagen behalve in de vorm van drugs.
Op basis van al hetgeen hierboven is overwogen, kan worden vastgesteld dat sprake was van een uitbuitingssituatie. Het oogmerk van uitbuiting kan onder die omstandigheden worden verondersteld.
Voordeel trekken
Zoals hiervoor is overwogen, stond [slachtoffer 2] het geld dat een klant aan haar betaalde af aan [verdachte] of aan een van de medeverdachten. Zoals [verdachte] ter terechtzitting heeft bevestigd, kochten hij of een van de medeverdachten met dat geld drugs die weer werden verdeeld onder de aanwezigen. [verdachte] beschikte daarmee niet alleen over het geld dat werd verdiend, maar heeft daar ook daadwerkelijk van geprofiteerd door mee te roken van de opbrengsten. Ook blijkt uit het dossier dat [verdachte] substantiële bedragen naar zijn zoon heeft overgemaakt.
Dat [verdachte] geld wilde verdienen aan het sekswerk van [slachtoffer 2] kan bovendien worden afgeleid uit zijn handelen zoals hiervoor omschreven (het adverteren met veel verschillende seksuele handelingen, de ruime beschikbaarheid van de prostituees in de advertenties en de rol van [verdachte] bij het klantcontact en het regelen van seksafspraken). Dat het dossier ook aanwijzingen bevat dat [verdachte] [slachtoffer 2] soms liever kwijt dan rijk was, zoals door de verdediging is benoemd, doet er niet aan af dat [verdachte] in de periodes dat [slachtoffer 2] aanwezig was in de woning(en) en werkte, aan haar heeft verdiend en dat dit ook zijn bedoeling was.
Ten aanzien van de stelling van de verdediging dat [slachtoffer 2] (en [slachtoffer 4] ) veel drugs gebruikte(n) en het verdiende geld helemaal oprookte(n) en zelfs meer dan dat, verwijst de rechtbank naar de overwegingen hierover met betrekking tot [slachtoffer 1] . Voor zover de verdediging heeft willen betogen dat [verdachte] geen voordeel heeft getrokken van het door [slachtoffer 2] uitgevoerde sekswerk, gaat de rechtbank hierin niet mee.
Handelingen
De rechtbank acht gelet op de bewijsmiddelen bewezen dat [verdachte] [slachtoffer 2] heeft vervoerd, overgebracht en gehuisvest. De rechtbank zal [verdachte] , anders dan de officieren van justitie hebben betoogd, vrijspreken van het ten laste gelegde werven van [slachtoffer 2] , omdat daarvan onvoldoende is gebleken.
De rechtbank overweegt verder dat het dossier aanwijzingen bevat dat [slachtoffer 2] (ook) vrijwillig prostitutiewerk verrichtte. Zo lijkt uit sommige getapte telefoongesprekken in de periode eind september en begin oktober 2021 te volgen dat [slachtoffer 2] zich meewerkend opstelt ten aanzien van het verrichten van sekswerk. Ook verklaart [naam 10] dat [slachtoffer 2] het prostitutiewerk bij [verdachte] thuis vrijwillig deed. Dit staat evenwel niet in de weg aan een bewezenverklaring van seksuele uitbuiting van [slachtoffer 2] door [verdachte] . De rechtbank verwijst naar hetgeen hierover is overwogen met betrekking tot [slachtoffer 1] . De rechtbank zal deze bevindingen wel bij de strafmaat betrekken.
Periode
De rechtbank is verder, overeenkomstig het standpunt van de officieren van justitie, van oordeel dat de pleegperiode ten aanzien van [verdachte] kan worden beperkt tot de periode van 1 september 2021 tot en met 2 juli 2022. In een onder [slachtoffer 3] in beslag genomen telefoon is een chatgesprek aangetroffen van laatstgenoemde datum, waarin door [slachtoffer 2] wordt aangegeven dat zij geen contact meer wil en zij samen met [slachtoffer 4] in een kliniek buiten Den Haag zit. Niet gebleken is dat er daarna nog contact is geweest tussen [verdachte] en/of [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] . De rechtbank zal [verdachte] daarom vrijspreken van het medeplegen van mensenhandel in de periode van 3 juli 2022 tot en met 25 januari 2023.
Verder overweegt de rechtbank dat in de bewezen verklaarde periode niet voortdurend sprake is geweest van seksuele uitbuiting van [slachtoffer 2] door [verdachte] en de medeverdachte(n). De rechtbank sluit aan bij de door de officieren van justitie genoemde twee uitbuitingsperiodes, waarbij de eerste periode in ieder geval de maand september 2021 (sekswerk vanuit de [straatnaam 1] ) betrof en de tweede periode (sekswerk vanuit de [straatnaam 1] en de [straatnaam 2] ) omstreeks begin april 2022 is begonnen en in ieder geval op 2 juli 2022 eindigde. Uiteraard betrekt de rechtbank de bevindingen met betrekking tot de periode waarin de uitbuiting plaatsvond bij de strafmaat.
4.6.4 Deelonderzoek Steenuil; [slachtoffer 3] (dagvaarding 2, feit 1)
Inleiding
De rechtbank is van oordeel dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van [slachtoffer 3] . Op basis van de bewijsmiddelen is de rechtbank ervan overtuigd dat [slachtoffer 3] door [verdachte] werd uitgebuit. Zij heeft sekswerk verricht onder omstandigheden die een grote inbreuk op haar persoonlijke vrijheid alsook lichamelijke en geestelijke integriteit betekenden.
Zoals hierna wordt besproken, is sprake geweest van misleiding, misbruik van de kwetsbare positie waarin [slachtoffer 3] zich bevond en misbruik van het uit feitelijke omstandigheden voortvloeiende overwicht dat [verdachte] op [slachtoffer 3] had. Dit heeft ertoe geleid dat [verdachte] zich heeft bevoordeeld ten koste van [slachtoffer 3] . In tegenstelling tot hetgeen door de officieren van justitie is beargumenteerd, staat voor de rechtbank onvoldoende vast dat [verdachte] door middel van geweld of door dreiging met geweld [slachtoffer 3] heeft gedwongen om sekswerk te verrichten. Dit zal eveneens nader worden toegelicht.
Dwangmiddelen
Misbruik van kwetsbare positie en overwicht
[slachtoffer 3] had gedurende de ten laste gelegde periode verschillende problemen die ervoor zorgden dat zij zich in een kwetsbare positie bevond. Zij heeft zelf verklaard te kampen met trekken van borderline en ADHD. Haar dochter woonde niet bij haar, omdat [slachtoffer 3] niet meer voor haar kon zorgen. Verder had [slachtoffer 3] schulden en stond zij onder bewindvoering. Bovendien was [slachtoffer 3] verslaafd aan verdovende middelen. Zij gebruikte alcohol, GHB en cocaïne. Later, gedurende haar relatie met [verdachte] , raakte zij verslaafd aan crack en heroïne.
Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting volgt dat [verdachte] zich bewust was van de kwetsbaarheid van [slachtoffer 3] . Ter terechtzitting heeft hij verklaard dat hij vanaf de zomer van 2021 een relatie had met [slachtoffer 3] . Deze relatie heeft de gehele ten laste gelegde periode – met enkele korte onderbrekingen – standgehouden. [verdachte] wist dat [slachtoffer 3] op het moment dat ze een relatie kregen, verslaafd was aan cocaïne, GHB en alcohol. [verdachte] was er ook van op de hoogte dat [slachtoffer 3] onder bewindvoering stond en dus over weinig geld beschikte om drugs mee te kopen. In zijn eerdere verklaringen heeft [verdachte] verklaard dat hij wist dat de ex-man van [slachtoffer 3] crisisopvang zocht voor haar, omdat het niet goed met haar ging. Ook heeft [slachtoffer 3] aan [verdachte] verteld dat het niet goed met haar ging sinds haar moeder was komen te overlijden.
Niet alleen had [verdachte] kennis van de kwetsbare positie van [slachtoffer 3] , hij had ook overwicht op haar. Ten aanzien van andere aangeefsters is reeds overwogen dat [verdachte] wist dat een verslaving aan en afhankelijkheid van drugs kon worden gebruikt om een sekswerker aan zich te binden en dat hij het al dan niet verstrekken van drugs instrumenteel gebruikte. Dit geldt eveneens met betrekking tot [slachtoffer 3] . Blijkens haar verklaringen kreeg zij pas drugs van [verdachte] nadat zij sekswerk had verricht. Hierbij zou het gaan om kleine beetjes tegelijk waar zij elke keer om moest vragen. [verdachte] zei tegen haar ‘als je terugkomt, dan heb ik een trekkie voor je’. [slachtoffer 3] verklaarde daarover dat zij werd beloond als een hond die een koekje krijgt. Dat [verdachte] bepaalde wanneer en hoeveel drugs [slachtoffer 3] kon gebruiken, volgt niet alleen uit de verklaringen van [slachtoffer 3] zelf, maar wordt ondersteund door de verklaring van [slachtoffer 4] dat [verdachte] kwaad is geworden op [slachtoffer 3] , omdat zij drugs van hem had gepakt. Bovendien volgt uit het dossier dat [slachtoffer 3] geld moest stelen van [verdachte] om zelf drugs te kunnen kopen. De verklaring van [verdachte] dat [slachtoffer 3] alle drugs kon pakken die zij wilde en dat hij alles met haar heeft gedeeld omdat zij zijn vriendin was, schuift de rechtbank gelet op het voorgaande als ongeloofwaardig terzijde.
Reeds is overwogen dat [verdachte] bekend stond als kickbokser, dat hij geweld gebruikte tegen derden en dat vele betrokkenen in het dossier angst voor hem hadden. [slachtoffer 3] is getuige geweest van dergelijk geweld van [verdachte] tegen mannen en heeft meermaals verklaard angstig te zijn geweest voor [verdachte] , met name op de momenten dat de drugs op waren. Dit vindt bevestiging in het dossier en ondersteuning in de verklaring van [verdachte] ter terechtzitting dat er paniek ontstond als er geen drugs waren.
[slachtoffer 3] stond het door haar verdiende geld direct af aan [verdachte] . [verdachte] verklaart hierover dat dit was voor haar veiligheid. [slachtoffer 3] bevestigt dat zij het geld afstond onder het mom van veiligheid, maar verklaart ook dat zij uiteindelijk geen beschikking meer kreeg over het geld. Dit geld werd grotendeels direct uitgegeven aan drugs, hetgeen wordt ondersteund door het dossier, alsook door de verklaring van [verdachte] ter terechtzitting dat ‘95% van het verdiende geld opging aan drugs’. De drugs werden vervolgens door [verdachte] verdeeld over de personen die in de woning aanwezig waren. Bovendien werd het geld dat [slachtoffer 3] verdiende door hem gecontroleerd. Zowel [slachtoffer 3] als [slachtoffer 4] verklaren over een incident waarbij [verdachte] er gelijk achter kwam toen [slachtoffer 3] een keer probeerde om 50 euro zelf te houden.
De rechtbank acht verder van belang dat [verdachte] overwicht op [slachtoffer 3] had, doordat zij verliefd op hem was en een relatie met hem had. Een relatie waarin sprake was van jaloezie, controle en manipulatie. [slachtoffer 3] heeft meermaals verklaard dat zij bang was om [verdachte] kwijt te raken als zij niet deed wat hij wilde. [slachtoffer 3] verklaart dat het achteraf voelt alsof [verdachte] haar heeft gehypnotiseerd. De verklaring van [verdachte] dat hij ook smoorverliefd was op [slachtoffer 3] , doet niets af aan het misbruik dat hij heeft gemaakt van haar gevoelens voor hem. Illustratief hiertoe is het gesprek tussen [verdachte] en [slachtoffer 3] op 25 september 2021, waarin [slachtoffer 3] aangeeft niet te kunnen werken, waar zij zich voor verontschuldigt en aangeeft te hopen dat hij niet boos wordt. In het telefoongesprek dat hierop volgt geeft [verdachte] in eerste instantie aan dat dit geen probleem is en [slachtoffer 3] de volgende dag weer kan gaan werken. Vervolgens zegt hij geen zin meer te hebben in een relatie met [slachtoffer 3] en iemand te willen die 100% achter hem staat. Uit een tapgesprek van 25 september 2021 blijkt dat [slachtoffer 3] toch contact heeft met een klant, ook al heeft zij eerder duidelijk te kennen gegeven die dag niet te willen werken.
Verder heeft [verdachte] [slachtoffer 3] gemanipuleerd door haar toekomstplannen in het vooruitzicht te stellen, waaronder het beginnen van een bedrijf, verhuizen naar een mooie woning en het maken van reizen. Geen enkel plan is uiteindelijk gerealiseerd. Om [slachtoffer 3] zover te krijgen dat zij sekswerk ging doen, hield [verdachte] haar voor dat als er niet genoeg drugs was hij zou moeten gaan stelen, maar dat hem een voorwaardelijke straf boven het hoofd hing en haar niet. Dit terwijl [slachtoffer 3] niets verkeerd zou doen door bemiddelaar te zijn of zelf sekswerk te verrichten volgens [verdachte] . Hiermee oefende [verdachte] druk op [slachtoffer 3] uit en praatte hij haar een schuldgevoel aan.
Misleiding
[verdachte] heeft [slachtoffer 3] in eerste instantie alleen gevraagd om foto’s voor seksadvertenties van anderen, waar zij mee instemde. Later werd haar gevraagd om ook de telefoons te beantwoorden en afspraken te maken met klanten, omdat de vrouwen die bij [verdachte] werkten geen of niet goed Nederlands spraken. Op deze wijze raakte [slachtoffer 3] steeds meer betrokken bij de prostitutie die plaatsvond in de woning van [verdachte] . Klanten vroegen eenmaal in de woning naar de vrouw die zij aan de telefoon hadden gesproken en hadden gezien op de foto’s in de advertentie, te weten [slachtoffer 3] . De rechtbank ziet hierin een bewuste werkwijze. [verdachte] spiegelde [slachtoffer 3] voor dat haar rol beperkt zou blijven (tot foto’s en de telefoon aannemen), terwijl het zijn bedoeling was dat ook zij op den duur sekswerk zou gaan verrichten.
De rechtbank ziet onvoldoende bewijs voor het misleiden van [slachtoffer 3] door haar joints te laten roken waar zonder dat zij het wist heroïne in zat. Hoewel uit het dossier blijkt dat in de woning waar [verdachte] en [slachtoffer 3] verbleven joints met heroïne lagen, volgt daaruit nog niet dat het [verdachte] zijn bedoeling was dat [slachtoffer 3] die joints zou roken en daardoor verslaafd zou raken aan heroïne. Dat kan de rechtbank dan ook niet buiten gerede twijfel vaststellen.
Vrijspraak geweld en dreiging met geweld
De rechtbank acht evenmin bewezen dat [verdachte] [slachtoffer 3] heeft gedwongen of bewogen sekswerk te verrichten door gebruik te maken van geweld of dreiging met geweld.
Hoewel in het dossier enige verklaringen zijn te vinden over geweld van [verdachte] tegen [slachtoffer 3] , zijn deze naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende overtuigend om tot een bewezenverklaring van dit dwangmiddel te komen. Daarbij speelt mee dat [slachtoffer 3] zelf wisselend en niet overtuigend over geweld door [verdachte] heeft verklaard.
(Oogmerk van) uitbuiting
De positie van [slachtoffer 3] was niet die van een mondige prostituee, die zelf bepaalt onder welke omstandigheden zij werkt, welke klanten en handelingen zij wel en niet accepteert en die zelf de beschikking heeft over haar verdiensten.
[slachtoffer 3] heeft verklaard dat [verdachte] seksafspraken voor haar maakte. Hij sprak de klanten en maakte afspraken over onder andere het tijdstip, de seksuele handelingen, de duur van de afspraak en de prijzen. In de seksadvertenties waarop [slachtoffer 3] werkte, werden op verzoek van [verdachte] vergaande seksuele handelingen aangeboden. Dit leidde er volgens [slachtoffer 3] toe dat zij meermaals in discussie moest met een klant over welke handelingen zij wel en niet wilde verrichten. Op de in beslag genomen telefoons die onder andere door [verdachte] en [slachtoffer 3] werden gebruikt, is een grote hoeveelheid gesprekken aangetroffen die betrekking hebben op seksafspraken voor, onder andere, ‘ [bijnaam 1] ’. [slachtoffer 3] heeft verklaard dat zij onder deze naam heeft gewerkt. Ook de tapgesprekken bevestigen de verklaringen van [slachtoffer 3] over de wijze waarop de seksafspraken tot stand kwamen. Het dossier geeft derhalve voldoende ondersteuning aan de verklaringen van [slachtoffer 3] hierover.
Voorts stelt de rechtbank vast dat [slachtoffer 3] onvoldoende zeggenschap had over de momenten waarop zij werkte. Uit de berichten en het hiervoor genoemde gesprek van 25 september 2021 blijkt duidelijk dat [slachtoffer 3] niet wilde werken en dat zij zich bezwaard voelde om dat tegen [verdachte] te zeggen. Uit het gesprek blijkt ook dat [verdachte] haar weerzin om te gaan werken niet respecteert. In plaats daarvan probeert hij haar met manipulatief gedrag zo ver te krijgen dat zij toch gaat werken. Zoals vermeld blijkt uit het dossier dat [slachtoffer 3] de dag waarop zij aangaf niet te willen werken toch klantcontact had.
Reeds is overwogen dat [slachtoffer 3] haar geld aan [verdachte] gaf zodra de klanten aan de deur hadden betaald voor de seksafspraak en daarna het geld ook niet kreeg. Zij kon dus niet zelf bepalen wat zij met het door haar verdiende geld deed.
Op basis van hetgeen hierboven is overwogen, kan naar het oordeel van de rechtbank worden vastgesteld dat sprake was van een uitbuitingssituatie. Het oogmerk van uitbuiting kan onder die omstandigheden worden verondersteld.
Voordeel trekken
[verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat [slachtoffer 3] het geld dat een klant aan haar betaalde aan hem gaf. In een eerder verhoor heeft hij bovendien verklaard dat [slachtoffer 3] en hij van het prostitutiewerk van [slachtoffer 3] leefden. Hij heeft ter terechtzitting ook verklaard dat gelijk drugs werden gehaald van het verdiende geld. Hieruit blijkt duidelijk dat [verdachte] voordeel heeft getrokken uit het sekswerk van [slachtoffer 3] .
Dat [verdachte] geld wilde verdienen aan het sekswerk van [slachtoffer 3] kan bovendien worden afgeleid uit zijn handelen. Ter terechtzitting heeft [verdachte] verklaard dat bij het aanmaken van de seksadvertenties alle seksuele handelingen werden aangevinkt, zodat zoveel mogelijk klanten kwamen. In de advertentie waarop [slachtoffer 3] werkte, stond ook dat zij zeven dagen in de week beschikbaar was. Reeds is overwogen dat het dossier vele gesprekken met betrekking tot seksafspraken bevat waar [verdachte] een rol bij speelde. Op een in beslag genomen telefoon is daarnaast een videobestand aangetroffen, waarin [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] intieme seksuele handelingen bij elkaar verrichten. In die video worden aanwijzingen gegeven door een man. [slachtoffer 3] heeft over deze beelden verklaard dat [verdachte] de video had gemaakt met als doel om klanten te werven. Dit kan niet anders worden begrepen dan dat [verdachte] zo veel mogelijk geld wilde verdienen aan [slachtoffer 3] .
Dat [verdachte] daadwerkelijk geld heeft verdiend, blijkt uit het feit dat hij in staat was om drugs te kopen en substantiële bedragen naar zijn zoon over te maken.
Handelingen
De rechtbank acht ten aanzien van de ten laste gelegde handelingen bewezen dat [verdachte] [slachtoffer 3] heeft geworven, vervoerd, overgebracht en gehuisvest.
Tot slot overweegt de rechtbank dat door [verdachte] meermaals naar voren is gebracht dat hij liever niet wilde dat [slachtoffer 3] sekswerk verrichtte, maar dat het [slachtoffer 3] was die sekswerk wilde verrichten. Deze stelling vindt enige steun in het dossier. Zo heeft [slachtoffer 2] verklaard dat [slachtoffer 3] niet mocht werken van [verdachte] . Uit het dossier volgt echter ook een ander beeld, zoals hiervoor is besproken. Dat [verdachte] op sommige momenten [slachtoffer 3] heeft weerhouden sekswerk te verrichten, maakt niet dat hem gedurende de gehele ten laste gelegde periode geen verwijt kan worden gemaakt. De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat [verdachte] op andere momenten [slachtoffer 3] wel heeft bewogen sekswerk te verrichten en zich daarbij kennelijk heeft laten leiden door eigenbelang ten koste van [slachtoffer 3] .
Hetzelfde geldt voor de vrijwilligheid van [slachtoffer 3] . Ook hiervoor bestaan aanknopingspunten in het dossier. Dit blijkt bijvoorbeeld uit een tapgesprek van 22 oktober 2022, waarin [slachtoffer 3] aangeeft op dat moment toch wel te willen werken. Bovendien volgt uit verklaringen van [slachtoffer 3] zelf dat zij zich wel eens stoer voordeed, waardoor de indruk gewekt kon worden dat zij vrijwillig sekswerk verrichte. Dat [slachtoffer 3] op momenten positiever stond of leek te staan tegenover het sekswerk, wil echter niet zeggen dat dit steeds het geval is geweest. Dit blijkt ook duidelijk uit het dossier.
Periode
De rechtbank overweegt met betrekking tot de bewezen verklaarde periode het volgende. [verdachte] was tot 18 april 2021 gedetineerd. Ongeveer vijf weken na zijn detentie kregen [slachtoffer 3] en [verdachte] volgens hem een relatie. Dit was ongeveer op 20 mei 2021. Op 10 juni 2021 is [slachtoffer 3] opgenomen in een kliniek. Hieraan voorafgaand waren reeds door [verdachte] foto’s gemaakt van [slachtoffer 3] ten behoeve van seksadvertenties, hetgeen onderdeel uitmaakt van de werving van [slachtoffer 3] voor sekswerk. Gelet op het vorenstaande, is de rechtbank van oordeel dat de uitbuiting in de periode vanaf 20 mei 2021 heeft plaatsgevonden.
[slachtoffer 3] heeft verklaard dat zij ongeveer acht maanden voor haar arrestatie gestopt is met het verrichten van sekswerk. Uit een politieregistratie van 26 juli 2022 volgt dat een man op die datum seks heeft gehad tegen betaling in het huis van [slachtoffer 3] met een vrouw. De omschrijving die deze man gaf, komt overeen met het uiterlijk van [slachtoffer 3] . Uit de politieregistraties blijkt daarnaast dat in deze periode [verdachte] en [slachtoffer 3] samen in de woning van [slachtoffer 3] verbleven. Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat [slachtoffer 3] op die datum seks tegen betaling heeft verricht. De rechtbank is gelet op het vorengenoemde van oordeel dat de uitbuiting van [slachtoffer 3] plaatsvond tot eind juli 2022.
De officieren van justitie hebben gerekwireerd tot bewezenverklaring tot en met 13 februari 2023 gelet op de verklaringen van [slachtoffer 3] dat zij vlak voor haar aanhouding nog een klant heeft ontvangen. De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat toen sprake was van een uitbuitingssituatie. De bewezen verklaarde periode zal dus worden beperkt tot en met 31 juli 2022.
Tot slot overweegt de rechtbank dat niet gedurende de gehele bewezen verklaarde periode sprake is geweest van een uitbuitingssituatie. In deze periode zaten zowel [verdachte] als [slachtoffer 3] meermaals gedetineerd. Ook volgt uit het dossier dat [slachtoffer 3] vanaf oktober 2021 minder sekswerk heeft verricht en zij en [verdachte] vanaf die periode veel klanten hebben opgelicht. Dit zal de rechtbank bij de strafmaat betrekken.
De tekst gaat verder: De uitspraak op rechtspraak.nl