Rb. Den Haag 16 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:6468

In oktober 2009 sloten partijen een kredietovereenkomst voor het werkkapitaal van de eenmanszaak van kredietnemer. ING heeft deze zakelijke kredietfaciliteit opgezegd en opeisbaar gesteld, omdat kredietnemer volgens haar de kredietlimiet(en) had overschreden en - ondanks de vele verzoeken en sommaties daartoe - naliet om het saldo op de betaalrekening aan te zuiveren. De rechtbank is van oordeel dat ING het bestaan van haar vordering voldoende heeft onderbouwd. Er is geen sprake geweest van een schending van een zorgplicht. het beroep van kredietnemer op artikel 6:233 BW behoeft daarom geen bespreking. Dat geldt ook voor het beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, omdat kredietnemer daaraan ook slechts een schending van de zorgplicht van ING ten grondslag heeft gelegd. Het beroep van kredietnemer op artikel 7A:1791 BW slaagt evenmin. ING vordert reeds sinds 2017 terugbetaling van het krediet, zodat kredietnemer al voldoende tijd heeft gehad om het openstaande saldo terug te betalen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken