Rb. Den Haag 9 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:5836

Kort geding. Inkoopprocedure. Eisers zijn aanbieders van voetzorg en hebben zorgovereenkomsten gesloten met Zilveren Kruis. Eisers stellen dat de tarieven die Zilveren Kruis voor het jaar 2025 heeft aangeboden niet reëel zijn. Daarom vorderen zij primair dat Zilveren Kruis de tarieven vanaf 1 januari 2025 verhoogt en in haar inkoopbeleid voor 2026 bepaalt dat de tarieven van 2025 conform de door eisers genoemde indexatiemethodes zullen worden geïndexeerd. Subsidiair vorderen zij dat Zilveren Kruis de tarieven voor 2025 en de tarieven in het contractaanbod van 2026 deugdelijk onderbouwt. Ook vorderen eisers dat de betaalbaarheidsafslag van 1% die Zilveren Kruis in 2025 hanteert wordt geschrapt. De voorzieningenrechter kan op dit moment niet (met voldoende zekerheid) vaststellen of er aanleiding bestaat om te de tarieven voor 2025 te verhogen en zo ja, in welke mate, zodat de daartoe strekkende vorderingen worden afgewezen. Dat neemt echter niet weg dat eisers argumenten hebben aangedragen op grond waarvan van Zilveren Kruis mag worden geëist dat zij (de totstandkoming van) haar tarieven voor 2025 nader motiveert, met inachtneming van de NZa-Handvatten en de Regeling zorginkoopproces Zvw (TH/NR-034). Daartoe wordt Zilveren Kruis veroordeeld. Ook wordt Zilveren Kruis veroordeeld om de door haar gehanteerde doelmatigheidsafslag te schrappen, omdat Zilveren Kruis deze onvoldoende heeft gemotiveerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken