Rb. Den Haag 31 maart 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:5355

Vovo tegen verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van een vrijstaande woning met kelder en het aanleggen van een zwembad afgewezen. Uit de tekst van artikel 16.4 van de planregels volgt niet dat van een nokverhoging in de zin van deze bepaling slechts sprake is bij een wijziging van een reeds bestaand hoofdgebouw. Dat het participatietraject niet heeft geleid tot het wegnemen van de bezwaren van verzoekers, leidt niet tot het oordeel dat vergunninghouder niet heeft voldaan aan de op hem rustende verplichtingen met betrekking tot participatie. Het college heeft in het bestreden besluit voldoende toegelicht dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken