Rb. Den Haag 4 maart 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:4666

In geschil is of de naheffingsaanslag accijns en de verzuimboete terecht aan eiseres zijn opgelegd. Eiseres beroept zich onder meer op het vertrouwensbeginsel. Bij eerdere controles door verweerder hanteerde zij dezelfde werkwijze en is haar door verweerder niet medegedeeld dat het aankopen van goederen bij een Nederlandse leverancier, die de goederen rechtstreeks uit een ander EU-land bij eiseres laat afleveren, leidt tot de verschuldigdheid van verbruiksbelasting door degene aan wie de goederen geleverd worden. Het beroep van eiseres op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. Eiseres maakt met een verwijzing naar de controlerapporten 2017 en 2018 niet aannemelijk dat verweerder een expliciete dan wel impliciete toezegging heeft gedaan. De boetebeschikking wordt vernietigd. De rechtbank is van oordeel dat verweerder, gelet op hetgeen is bepaald in artikel 67b, derde lid, van de Awr, de verzuimboete niet tijdig heeft opgelegd. Het beroep wordt gegrond verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken