Rb. Den Haag 13 maart 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:4546

In een kennisgeving heeft verweerder vastgesteld dat verzoeker meerderjarig is. Verzoeker heeft een verzoek om een voorlopige voorziening gedaan omdat hij bij zijn nader gehoor als minderjarige wil worden behandeld. De beoordeling spitst zich toe op de vraag of een gespecialiseerde hoorambtenaar bij het gehoor aanwezig moet zijn. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in dit geval de kennisgeving als een appellabel besluit moet worden aangemerkt, nu verzoeker rechtstreeks in zijn belangen is getroffen. Van verzoeker kan niet worden gevergd dat hij hier pas na afwijzing van het asielbesluit tegen opkomt, omdat dan het gehoor immers heeft plaatsgevonden. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe omdat het belang dat er een gespecialiseerde hoormedewerker bij het gehoor aanwezig, zwaarder weegt dan verweerders belang. Daarbij stelt de voorzieningenrechter voorop dat bij twijfel over de minderjarigheid moet worden uitgegaan van minderjarigheid om de rechten van het kind effectief te beschermen. Ook is van belang dat het onomkeerbaar is als verzoeker niet conform de procedurele waarborgen wordt gehoord.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken