Rb. Den Haag 10 januari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:445

Eiser is notaris. Ten overstaan van de notaris heeft de executieverkoop van een woning plaatsgevonden. Gedaagde heeft executoriaal beslag op de woning gelegd. De notaris heeft (de deurwaarder van) gedaagde verzocht om zich te identificeren in het kader van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) middels een PEP en UBO-verklaring. Tussen partijen is vervolgens discussie ontstaan over de vraag of gedaagde gehouden is zich te identificeren in het kader van de Wwft alvorens de notaris tot uitbetaling van het aan gedaagde toekomende deel van de executieopbrengst kan overgaan. De notaris heeft uitbetaling aan gedaagde opgeschort. Gedaagde heeft vervolgens beslag gelegd op de privérekening van de notaris. De notaris vordert opheffing van het door gedaagde ten laste van hem gelegde beslag en een verbod voor gedaagde om opnieuw beslag te leggen. De vorderingen worden toegewezen. Vordering is summierlijk ondeugdelijk omdat gedaagde geen aanspraak heeft op het privévermogen van de notaris. Daarnaast zal het op dezelfde grondslag nogmaals leggen van beslag als misbruik van recht zijn aan te merken, zodat het verbod tot het (opnieuw) leggen van beslag zal worden toegewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen