Rb. Den Haag 17 maart 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:4089

Asiel Iran tussenuitspraak / afvalligheid-bekering-illegale uitreis-kledingvoorschriften zedenpolitie / verweerder moet nader motiveren dat hij kan terugkomen van een eerder geloofwaardig geachte afvalligheid en niet tot vergunningverlening hoefde over te gaan - het tijdsverloop tussen het instellen van beroep in juli 2022 en de behandeling ter zitting in maart 2025 is onaanvaardbaar lang en nagenoeg geheel gelegen in het niet eerder behandelen van het beroep door de rechtbank. Daargelaten dat verweerder in het besluit onvoldoende gewicht heeft toegekend aan het rapport van de Stichting Gave en de activiteiten die eiseres in en voor haar geloofsgemeenschap verricht, zal verweerder een actuele beoordeling van het risico bij terugkeer moeten maken gelet op de geloofwaardig geachte illegale uitreis en de duur van het verblijf buiten Iran. – de rechtbank stelt ambtshalve vast dat de verklaringen van eiseres over het niet zullen dragen van een hijab als zij zou moeten terugkeren naar Iran, ook beoordeeld moeten worden in het kader van het arrest van het Hof van Justitie in de zaak K.L. van 11 juni 2024. De rechtbank doet een tussenuitspraak om verweerder in de gelegenheid te stellen om eiseres nader te horen over zowel haar activiteiten die zij sinds haar asielaanvraag heeft verricht in en voor haar geloofsgemeenschap, als over haar verklaring dat zij zich niet zal conformeren aan de kledingvoorschriften zoals die thans in Iran gelden. De rechtbank doet deze tussenuitspraak om zo de regie te kunnen houden en in belang van beide partijen het geschil in eerste aanleg en in de eerste procedure finaal te kunnen beslechten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken