Rb. Den Haag 25 februari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:3744
Vaststelling van vermissing. De door verzoekster gestelde omstandigheden zijn ontoereikend om aannemelijk te achten dat het bestaan van betrokkene onzeker is. Dat de betrokkene geen contact meer met verzoekster heeft opgenomen, hoeft niet te betekenen dat hij niet meer leeft. Het feit dat de betrokkene zich heeft aangesloten bij IS, in een gebied in oorlogsomstandigheden, maakt het niet ondenkbaar dat er andere redenen zijn waarom de betrokkene geen contact opneemt of kan opnemen met familieleden. Gelet op het in 2016 uitgevaardigde arrestatiebevel dat in 2019 is verlengd en dat nog steeds geldig is, is het niet ondenkbaar dat de betrokkene buiten het zicht van de autoriteiten wil blijven om aanhouding en strafvervolging te voorkomen. De rechtbank ziet geen aanleiding tot het gelasten van de oproeping van de betrokkene zoals bedoeld in artikel 1:413 lid 1 BW. De rechtbank wijst het verzoek van verzoekster af.
De uitspraak op rechtspraak.nl