Rb. Den Haag 26 februari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:3264
Geschil na aandelentransactie, waarbij gedaagde van eiseres de aandelen in een vennootschap heeft gekocht en waarbij partijen voor een deel van de koopsom voor deze aandelen een geldleningsovereenkomst hebben gesloten. Volgens gedaagde heeft eiseres ten tijde van het sluiten van de overeenkomsten geweten of moeten weten dat de aan gedaagde verstrekte financiële prognoses niet reëel waren, en zijn er daarnaast meerdere garanties geschonden. Opeisbaarheid van de terugbetalingsvordering uit de geldleningsovereenkomst. Beroep door gedaagde op partiële vernietiging van de koopovereenkomst en de geldleningsovereenkomst wegens dwaling. Beroep door gedaagde op verrekening met gestelde tegenvorderingen op grond van onder meer wanprestatie en onrechtmatige daad.
De uitspraak op rechtspraak.nl