Rb. Den Haag 27 november 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:27808

Deze uitspraak gaat over het verzoek om een voorlopige voorziening hangende het bezwaar van verzoeker tegen de afwijzing van zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen eerst of sprake is van een spoedeisend belang daarbij. De voorzieningenrechter komt tot het oordeel dat hiervan geen sprake is. Ook is geen sprake van een evident onrechtmatig besluit. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek daarom af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit waarom zij het verzoek afwijst en welke gevolgen dat heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen