Rb. Den Haag 9 januari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:260
Bewaring ex artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank ziet geen aanleiding om te oordelen dat er in het algemeen geen zicht op uitzetting naar Tunesië bestaat. Evenmin zijn er aanknopingspunten voor de conclusie dat er in het individuele geval van eiser geen zicht op uitzetting is, te meer nu eiser gedurende zijn verblijf in België door de vertegenwoordiging van Tunesië reeds eerder in het bezit is gesteld van een laissez-passer.
De uitspraak op rechtspraak.nl