Rb. Den Haag 19 februari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:2315
Kort geding; Zorgverzekeringswet, zorgplicht, preferentiebeleid, SMR-zorg, rechtsverwerking. De vordering van Teva tot staking van de inkoopprocedure inzake varenicline wordt afgewezen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het niet uitgesloten dat bij de verstrekking van geneesmiddelen als onderdeel van de SMR-zorg ruimte is voor preferentiebeleid, mits vaststaat dat de verschillende geneesmiddelen onderling uitwisselbaar of gelijkwaardig zijn. In dit kort geding is aannemelijk geworden dat de varenicline van de verschillende fabrikanten gelijkwaardig en uitwisselbaar zijn. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het niet aannemelijk dat de zorg waarop verzekerden op grond van de Zvw aanspraak hebben wordt beperkt door het preferentiebeleid van Zilveren Kruis inzake varenicline. Gelet hierop is de inkoopprocedure inzake varenicline naar voorlopig oordeel niet in strijd met artikel 11 Zvw. De te maken belangenafweging leidt niet tot een ander oordeel.
De uitspraak op rechtspraak.nl