Rb. Den Haag 19 november 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:23103

Gedaagde heeft als prioriteitsaandeelhouder in het kapitaal van een B.V., van eiseres de titel van zelfstandig bevoegd algemeen bestuurder ontnomen. De rechtbank oordeelt dat dit prioriteitsbesluit niet voldoet aan de gedragsnorm van artikel 2:8 BW, zodat het moet worden vernietigd. Hierbij is van belang dat eiseres en gedaagde, moeder en zoon zijn, en eiseres voor haar levensonderhoud afhankelijk is van een uitkering uit het vermogen van de B.V. Het door gedaagde als bestuurder genomen deelbesluit dat uitvoering tegenhoudt van een vonnis waarin gedaagde in privé is veroordeeld tot betaling aan de B.V., wordt eveneens vernietigd omdat het bestuur bij alle in aanmerking komende belangen niet in redelijkheid tot deze beslissing had kunnen komen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken