Rb. Den Haag 19 november 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:21658

De voorzieningenrechter oordeelt dat de Staat de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf van eiser niet hoeft op te schorten in afwachting van zijn gratieverzoek, omdat niet aannemelijk is dat dit verzoek hoogstwaarschijnlijk zal worden ingewilligd. Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn overige vorderingen tot schorsing of onderbreking van de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf, omdat hij de daarvoor aangewezen procedure moet volgen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen