Rb. Den Haag 14 februari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:2051
Tussenuitspraak statushouder Duitsland – het eerste besluit tot niet-ontvankelijkverklaring is vernietigd omdat de informatie die daaraan ten grondslag lag onvoldoende actueel was – het bestreden besluit is gebaseerd op informatie van de Duitse autoriteiten die wel voldoende actueel is. In de (lange ) periode tussen het besluit en de zitting is aan eiser bij de grenscontrole de toegang tot Duitsland geweigerd – deze toegangsweigering is geen bewijs dat eiser geen statushouder meer is, maar roept wel de vraag op of de Duitse autoriteiten nog steeds subsidiaire bescherming aan eiser verlenen - de rechtbank overweegt dat het zo kan zijn dat eiser niet beschikte over een reisdocument, geldig visum of geldige verblijfstitel, maar dat dan desondanks de vraag rijst waarom eiser niet zou worden toegelaten tot het Duitse grondgebied indien hij zelfstandig het grondgebied wil inreizen. – uit de memo internationale bescherming blijkt niet dat eiser alleen wordt toegelaten als de Nederlandse autoriteiten hem gecontroleerd overdragen en in het besluit staat dat eiser zich onmiddellijk naar Duitsland moet begeven en niet dat hij zich onmiddellijk tot DT&V moet wenden om te kunnen terugkeren – de rechtbank acht het noodzakelijk om zich nader te vergewissen of eiser op het moment dat hem de toegang tot het Duitse grondgebied werd geweigerd, nog steeds een subsidiaire beschermingsstatus in Duitsland had. Gelet op het tijdsverloop in deze procedure en om verder tijdsverloop te beperken, doet de rechtbank een tussenuitspraak.
De uitspraak op rechtspraak.nl