Rb. Den Haag 21 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:19988

De kantonrechter mag in beginsel uitgaan van de juistheid van een door een opsporingsambtenaar opgemaakt proces-verbaal. Dat is anders als in wat door de betrokkene is aangevoerd of in het dossier of anders is gebleken, in redelijkheid moet worden getwijfeld aan de juistheid van de verklaring van de verbalisant. In dit geval zijn er twee (consistente) documenten die door de verbalisant op ambtseed zijn opgemaakt waaruit blijkt dat langdurig is geclaxonneerd. Daartegenover staat slechts de niet onderbouwde ontkenning door de betrokkene. Dat is onvoldoende om in redelijkheid te moeten twijfelen aan de juistheid van de verklaring van de verbalisant. De gedraging is daarmee voldoende komen vast te staan. De conclusie van de kantonrechter is voorts dat op kenteken mocht worden bekeurd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen